|
Het jaar 2001 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot Jaar van de Vrijwilligers. Het bisdom 's-Hertogenbosch is trots op de vele duizenden parochievrijwilligers die in de honderden parochies van ons bisdom zieken bezoeken, ouderen opzoeken in verzorgings- en verpleeghuizen of nieuwkomers verwelkomen. Speciaal voor hen heeft het bisdom dit jaar een nieuwe cursusmap 'Pastoraal Gesprek' uitgegeven.
De cursus wil bijdragen aan een verbetering van het pastorale gesprek met individuen, echtparen of ander kleine gezinseenheden, maar biedt ook allerlei aanzetten voor het organiseren voor groepsgesprekken met bijvoorbeeld jongeren, ouderen, rouwenden of mantelzorgers. Daarnaast vormt de map 'Pastoraal Gesprek' een concrete bijdrage aan de toerusting van iedereen die in de parochie betrokken is bij doop-, eerste communie- of vormselvoorbereiding.
Omdat parochievrijwilligers tijdens pastorale gesprekken met veel penibele vragen te maken krijgen, heeft het bisdom besloten hen een steuntje in de rug te geven met een toerustingsmap en ondersteuning van het Regiovicariaat. In de komende acht weken wordt de map in het Bisdomblad doorgelicht aan de hand van de centrale vraagstelling van elk deel en de antwoorden daarop, aangevuld met enkele sprekende voorbeelden.
De cursusmap bestaat uit zeven delen en een deel met algemene hulpmiddelen. Elk deel bestaat uit een aantal modulen. Deze vormen telkens een afgerond geheel voor een bijeenkomst van twee uur en bestaan uit een toelichting voor de begeleider en werkmateriaal voor de cursisten.
Diaconie en pastoraat
Het eerste deel is getiteld: Wat is pastoraat en de inoefening van het pastorale gesprek. Pastoraat houdt zich bezig met zinvragen en de gelovige duiding die gegeven wordt aan geluk en rampspoed in het leven van mensen. Onder diaconie en pastoraat wordt in de cursusmap verstaan: "dienst aan elkaar en aan de samenleving in navolging van Jezus Christus. Die dienst verrichten wij door concreet handelend op te treden als er individuele noden worden gesignaleerd en door te streven naar een aanpak van noden die structureel van aard zijn." Het is juist deze dienst die door de Kerk al eeuwenlang beoefend wordt. Dat kwam ondermeer tot uiting in de zorg voor armen, weduwen en wezen, een zorg die van oudsher door de Kerk is opgepakt. Wie om zich heen kijkt in eigen dorp of stad zal snel ontdekken dat bijna alle ziekenhuizen, verzorgingshuizen, verpleeghuizen en andere zorgcentra gesticht zijn door congregaties.
Klinisch-pastorale vorming
De laatste drie decennia groeide het aantal vrijwilligers in de Nederlandse kerken enorm. Een Kaski-onderzoek schatte in 1977 dat alleen al binnen de rooms-katholieke parochies in Nederland zo'n 230.000 vrijwilligers in actie waren. Een belangrijk deel daarvan zet zich in voor de eredienst, bijvoorbeeld als koorzanger, lid van een liturgische werkgroep, lector, misdienaar of voor de kerkversiering. Maar daarnaast zijn er veel vrijwilligers die werken op het terrein van ziekenbezoek, ouderenpastoraat, stervensbegeleiding en verwelkoming van nieuwe parochianen.
Het pastorale gesprek door vrijwilligers kreeg een flinke steun in de rug toen rond 1963 de klinische pastorale vorming, een methode van training en opleiding van pastores, tot ontwikkeling kwam. De pastores en supervisoren beviel deze methode zo goed dat ze die later ook toepasten bij de opleiding van leken tot het pastoraat. Daardoor kregen dezen een betere toerusting voor hun werk in de parochie. Als in het pastorale werk communicatie, gesprek, ontmoeting en wederkerigheid in beeld komen, staat de weg voor de medeparochiaan, de vrijwillig(st)er open.
Karakter
Wat maakt een pastoraal gesprek nu zo bijzonder? Waarin verschilt het nu wezenlijk van andere hulpverleningsgesprekken. De cursusmap doet dat onder andere aan de hand van het boek van Jef Stevens: 'In gesprek met een ander'. Eigenlijk is het pastorale gesprek geen aparte gesprekcategorie. De basiselementen uit ambtelijke of begeleidingsgesprekken komen ook in pastorale gesprekken vaak voor. Zo komen begeleidingsgesprekken vaak voor bij rouwverwerking en ziekenbezoek. Ook kan een gesprek een ambtelijk karakter hebben. Bijvoorbeeld als een pastoor gaat condoleren bij de familie van een overleden parochiaan en tijdens dat gesprek ook gelijk afspraken maakt rond de uitvaart.
Een pastoraal gesprek tussen twee mensen kent drie vaste elementen. Op de eerste plaats heeft zo'n gesprek tot doel een gelovig mens te worden. Ook vormt een dergelijk gesprek een onderdeel van de pastorale opdracht die men beroepsmatig of op vrijwillige basis heeft. Zowel de gelovige die bezocht wordt als de pastoor of vrijwilliger kunnen achteraf een religieuze duiding geven aan het gevoerde gesprek.
Motivatie
Iedereen die als vrijwilliger in de parochie een taak op zich neemt, heeft daarvoor motieven. Een van de thema's van het eerste hoofdstuk richt zich op deze motieven en probeert helder te krijgen wat de cursist(e) bewoog om te kiezen voor het pastorale gesprek. Dit gebeurt aan de hand van vragen als: Waarom wil je pastorale gesprekken voeren met mede-parochianen? Heeft je motivatie te maken met eigen levenservaringen? Wat zijn je sterke kanten als het gaat om het voeren van pastorale gesprekken? Wat verwacht je van dit werk? Daarnaast wordt de deelnemers aan de cursus gevraagd om vragen te beantwoorden over hun eigen geloof en geloofsbeleving. Zo wordt gevraagd om met een aantal kernwoorden aan te geven hoe je als kind, als jongere en als volwassene geloofde. Maar ook wat je drijft om namens de parochie te werken?
Grondhouding
Bij het woord communiceren komt vaak het beeld naar boven van mensen die druk met elkaar in gesprek zijn. Maar communiceren doe je altijd. Als je keihard iets roept of met een dodelijke blik in je ogen zwijgt, ben je in beide gevallen aan het communiceren. Daarom is er in de cursusmap aandacht voor de grondpatronen in de menselijke communicatie.
Niet onbelangrijk is de grondhouding bij communicatie. Er zijn mensen die altijd de aanval kiezen, terwijl anderen juist een meer verdedigende of zelfs een vluchthouding aannemen. Het pastorale gesprek kent ook spelregels en valkuilen. Een bekende spelregel is het houden van oogcontact. Een bekende valkuil is het moraliseren. Als een ander iets zegt wat in jouw ogen niet kan, mag of onfatsoenlijk is, laat dat zo en spreek daarover geen afkeuring uit. Een andere vaak voorkomende valkuil is het adviezen geven. Het verdient aanbeveling om zeer terughoudend te zijn met het geven van adviezen, als je daar niet uitdrukkelijk om wordt gevraagd.
Centraal bij dit alles is het luisteren naar de ander. Pastoraat is de dienst van het luisteren. Uit de praktijk blijkt dat het in veel gevallen mensen enorm kan helpen als ze zich eens helemaal kunnen uitspreken en hun opgekropte gevoelens kunnen uiten. Als ze merken dat er echt naar hen geluisterd wordt en niet met een half oor of zelfs in het geheel niet, krijgen ze zelf vaak meer zicht op hun eigen verwarde situatie. Ze krijgen voor zichzelf de zaken weer op een rijtje en zien weer lijn in hun leven. Dit luisteren naar de ander vraagt van de parochievrijwilliger een luisterhouding die bepaald wordt door zijn blik, zijn manier van zitten en door reacties tijdens het gesprek die getuigen van begrip, interesse of meeleven met het verhaal van de ander. Tijdens de cursus worden luisteroefeningen gedaan om dit belangrijke onderdeel in te oefenen.
Werkvormen
Er zijn diverse werkvormen voor het inoefenen van pastorale gesprekken. Zo wordt in de cursus gebruik gemaakt van een zogenoemde verbatim-analyse, een zo woordelijk mogelijke weergave van een gesprek of een gedeelte daarvan. Zo'n gesprek wordt door een van de cursisten voorgelezen. Daarbij is het de bedoeling dat de overige cursisten aangeven hoe zij dit gesprek ervaren en wat zij ervan leren.
Een populaire werkvorm is het rollenspel. Cursisten spelen zo nauwgezet mogelijk een situatie na die zich kan voordoen in een parochie. Daardoor krijgen de cursisten goed inzicht in hoe pastorale gesprekken verlopen en vooral wat er aan verbeterd zou kunnen worden.
Natuurlijk is er ook nog de mogelijkheid om pastorale gesprekken in te oefenen met een geluids- of videoband. Als een parochievrijwilliger met toestemming van een parochiaan, een pastoraal gesprek mag vastleggen op een geluidsband, of beter nog op een videoband, kan het eigen reageren op vragen en opmerkingen van de parochianen door de cursisten zeer nauwkeurig worden geanalyseerd. Zowel voor de cursisten als voor degene die het pastorale gesprek gevoerd heeft, kan hieruit veel lering worden getrokken. Die kennis kan uiteraard in een volgend pastoraal gesprek gebruikt worden om mensen nog beter van dienst te kunnen zijn, om zorg voor de naaste gestalte te geven. Dáár gaat het om.
Of zoals mgr. Ter Schure het in zijn Kerstboodschap van 1990 zei: "Het pastoraat vormt een opdracht, niet alleen voor de priester en de diaken, maar voor heel de parochiegemeenschap. Het wordt immers niet slechts door de gewijde gelovigen gedragen, maar door allen die gedoopt en gevormd zijn. Overal waar zij mensen nabij zijn op belangrijke momenten van hun leven, krijgt de zorg voor de naaste gestalte".
De cursusmap 'Pastoraal Gesprek' bestaat uit zeven delen, aangevuld met een achtste deel over algemene hulpmiddelen.
- Deel I: Wat is pastoraat en de inoefening van het pastorale gesprek?
- Deel II: De organisatie van het pastorale gesprek.
- Deel III: Vragen rond zingeving in het pastorale gesprek.
- Deel IV: Doelgroepen van het pastorale gesprek.
- Deel V: Geloofsuitingen in het pastorale gesprek.
- Deel VI: Opvoedingsvragen en het pastorale gesprek.
- Deel VII: Relatievragen en het pastorale gesprek
- Deel VIII: Algemene hulpmiddelen
|
|
Meer informatie over de cursusmap 'Pastoraal Gesprek': Regiovicariaat Bisdom 's-Hertogenbosch, tel. 073-6125488, Fax. 073-6136850 of mail naar: regiovicariaat@bisdomdenbosch.nl |
|