De paus en de Hitlerjugend: 'Ratzinger moest wel'
Hilversum (ANP/AFP/Van onze redactie) 21 april 2005 ‑ De jonge Joseph Ratzinger kon in 1941 niet anders dan zich aansluiten bij de Hitlerjugend, de nationaal‑socialistische jeugdbeweging. "Dat mag niet tegen hem gebruikt worden. Iedereen moest toen lid worden." Dat heeft de Duitse historicus Wolfgang Wippermann gisteren gezegd.
Korting op lesgeld
In zijn memoires en gesprekken met de journalist Peter Seewald heeft Ratzinger verteld dat hij zich tegen zijn zin bij de Hitlerjugend aanmeldde in de tijd dat hij op het kleinseminarie zat. Hij voerde onder meer aan dat alleen jongeren die bij de Hitlerjugend hoorden, korting op het lesgeld kregen.
Straf
"Wie geen lid werd, ontdekte dat het leven op school moeilijk werd", zei Wippermann, hoogleraar hedendaagse geschiedenis aan de Vrije Universiteit Berlijn. Zo moesten weigeraars straf ondergaan of kwamen ze niet in aanmerking voor een vervolgopleiding of een stageplaats.
Luchtafweer
Met de andere priesterstudenten op het kleinseminarie werd Ratzinger in 1943 ingedeeld bij de Duitse luchtafweer. In 1944, toen hij de dienstplichtige leeftijd had bereikt, belandde hij in een detachement onder het commando van "fanatieke ideologen die ons terroriseerden", herinnerde hij zich. In november van dat jaar onderging Ratzinger de basistraining bij de Duitse infanterie, maar door ziekte moest hij de zwaarste onderdelen aan zich voorbij laten gaan.
Krijgsgevangene
Toen de geallieerde troepen steeds dichterbij kwamen, deserteerde Ratzinger en keerde hij terug naar Traunstein, waar het seminarie stond. De Amerikaanse militairen gebruikten zijn huis later als hun hoofdkwartier. Als Duits soldaat bracht hij korte tijd in een krijgsgevangenenkamp door. In juni 1945 werd hij vrijgelaten.










