VU en UvT stichten Centrum voor Patristisch Onderzoek
Hilversum (Van onze redactie) 29 november 2007 - De Faculteit Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit en de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg richten op 1 december een nieuw interuniversitair onderzoekscentrum op: het Centrum voor Patristisch Onderzoek (CPO).
Kerkvaders
Patristiek is de wetenschap die de geschriften van de kerkvaders (Patres) bestuderen. De kerkvaders zijn de christelijk-orthodoxe auteurs van de eerste vijf eeuwen van het christendom. Zij zijn van belang zijn voor de ontwikkeling van de christelijke geloofstraditie. Onder hen Sint Athanasius Sint Ambrosius, Sint Augustinus en Sint Johannes Chrystostomos.
Oecumenisch
Het CPO is interdisciplinair en oecumenisch van opzet. Filosofen, theologen, historici en taalkundigen uit binnen- en buitenland, van katholieke en protestantse huize, zullen er nauw samenwerken.
Multireligieuze samenleving
De patristiek is door de bronnen die worden bestudeerd bij uitstek een discipline die aandacht heeft voor de pluriformiteit van de samenleving. De eerste eeuwen van het christendom vormen de enige periode waarin de kerk in Europa en Noord-Afrika zich als een minderheid bevond binnen een multiculturele en multireligieuze samenleving. Het CPO vindt daarom dat bestudering van de kerkvaders een belangrijke bron is voor reflectie op de positie van christenen in de huidige samenleving.
Prof Van Geest
Initiatiefnemers van het CPO zijn prof. Bram van de Beek (VU) en prof. Adelbert Denaux (UvT). Prof. Paul van Geest wordt aangesteld als directeur. Hij was het die bij beide universiteiten het voorstel voor de oprichting van een dergelijk instituut deed.
Leer niet in graniet uitgehouwen
Volgens Van Geest streefden de kerkvaders er niet naar ‘de leer’ in graniet uit te houwen, maar zij trachtten heldere antwoorden op concrete vragen naar zin en heiligheid van zoekende christenen te beantwoorden. Sint Augustinus (354-430) is daar volgens hem een uitstekend voorbeeld van. “Augustinus had dezelfde vragen als wij. Hij deed veel moeite om Gods werkelijkheid onder woorden te brengen, maar ontdekte dat het woord ‘werkelijkheid’ al ontoereikend was om die van God tot uitdrukking te brengen. Toch wilde hij blijven spreken over God, niet zozeer om Hem als probleem te benaderen, als wel om God als mysterie te kunnen naderen.”











