Meer abortussen na 20-wekenecho
Hilversum (Van onze redactie) 19 november 2008 – Het aantal abortussen in ziekenhuizen in Nederland tussen de twintigste en vierentwintigste week van de zwangerschap is de afgelopen twee jaar fors gestegen. Dat is waarschijnlijk gerelateerd aan de invoering van het structureel echoscopisch onderzoek rond 20 weken zwangerschap. Dat schrijft de Inspectie voor de Gezondheidszorg in een vorige week verschenen rapport.
Echo
In 2005 betrof 7,4 procent van alle zwangerschapsonderbrekingen in het ziekenhuis een abortus tussen 20 en 24 weken (140); in 2007 was dit 11,5 procent (227). Sinds 1 januari 2007 krijgen alle zwangeren die dit willen een echo aangeboden.
Waterhoofd
Als de echo afwijkende bevindingen oplevert, vindt prenatale diagnostiek plaats. Wanneer de ouders op basis van de uitkomst daarvan besluiten tot afbreking van de zwangerschap, zal die meestal in een ziekenhuis worden uitgevoerd. Reden om tot abortus over te gaan zijn afwijkingen bij de foetus als spina bifida (open rug), een waterhoofd of een schisis (open lip of gehemelte).
Abortuscijfer
Het abortuscijfer in Nederland is sinds 2002 stabiel. In 2007 werden 33148 abortussen uitgevoerd. Het aantal abortussen bij tieners daalde vorig jaar ten opzichte van voorgaande jaren opnieuw. Het aantal vrouwen dat uit het buitenland naar Nederland kwam voor een abortus (4469) bleef gelijk. Vergeleken met andere landen behoort Nederland tot de landen met de laagste abortuscijfers, schrijft de inspectie in de jaarrapportage Wet afbreking zwangerschap 2007.
Klinieken
Net als in voorgaande jaren vond het overgrote deel van de abortussen (94%) plaats in abortusklinieken. De overige abortussen werden in ziekenhuizen uitgevoerd. Meer dan de helft van alle ingrepen vond plaats in de eerste zeven weken van de zwangerschap. De huisarts speelt een belangrijke rol bij doorverwijzing en bij de nacontrole. Een derde van de vrouwen had al eens een abortus ondergaan.
Late abortus
De Commissie Late Afbreking Zwangerschap berichtte vorige week in een jaar drie meldingen te hebben gehad van een late abortus (na 24 weken zwangerschap). Levensbeëindiging bij pasgeborenen wordt helemaal niet gemeld. De commissie, die deze week het eerste jaarverslag liet verschijnen, verwachtte enige tientallen meldingen te krijgen. In het verleden kwamen die bij het Openbaar Ministerie (OM) binnen. De commissie heeft geen verklaring voor het minimale aantal meldingen.
Ernstige stoornissen
Bij de late abortussen gaat het om een ingreep na 24 weken zwangerschap. De commissie oordeelt alleen over gevallen waarin het ongeboren kind een aandoening heeft die tot ernstige stoornissen leidt, maar waarbij nog een beperkte kans op overleven is. De commissie bekijkt dan of de arts zorgvuldig heeft gehandeld en adviseert het OM. Bij de drie meldingen heeft het OM geen vervolging ingesteld.











