Templetonprijswinnaar Charles Taylor in Utrecht
Utrecht (Van onze verslaggevers) 12 mei 2009 - Een van 's werelds grootste denkers is in Nederland: de Canadese filosoof Charles Taylor (77). Gisteravond sprak hij in de aula van het Academiegebouw van de Universiteit Utrecht. Hij sprak voor een enthousiast gehoor onder meer over enkele stellingen in zijn boek A Secular Age, waarvan onlangs de Nederlandse vertaling verscheen. Met dit boek, waarin hij korte metten maakt met de secularisatietheorie, won hij in 2007 de prestigieuze Templetonprijs.
Unie van Utrecht
Taylor was uitgenodigd door de Centre for the Humanities ('centrum voor de menswetenschappen') van de Utrechtse universiteit. Hij zei onder de indruk te zijn van de historische betekenis van de aula. In 1579 werd in deze voormalige kapittelzaal van de Dom de Unie van Utrecht getekend, waardoor de basis van de Nederlandse staat werd gelegd. In dezelfde zaal voerde Gisbertus Voetius in de jaren dertig van de 17e eeuw een fel academisch dispuut met de Franse filosoof René Descartes.
Populair onder gelovigen
Op Taylors toespraak waren zo'n tweehonderd belangstellenden afgekomen. Aanwezig waren bekende filosofen als Joep Dohmen en Wil Derkse. Ook een groot aantal theologen zat in de aula, onder wie de oudkatholieke aartsbisschop van Utrecht, Joris Vercammen. Taylor is populair onder gelovige denkers, wellicht omdat hij als praktiserend katholiek er zelf ook een is.

Charles Taylor in de Utrechtse academieaula (foto: Christian van der Heijden)
Loopbaan
Taylor heeft een indrukwekkende loopbaan achter de rug. Hij was hoogleraar sociale en politieke filosofie aan de Oxford University en hoogleraar politicologie aan de McGill University van Montreal. Daarnaast was hij lange tijd actief binnen de Canadese politiek. Verscheidene malen was hij kandidaat voor het voorzitterschap van de Canadese sociaal-democratische New Democratic Party.
Antiliberalisme
Taylor wordt vaak gerekend tot de politiekfilosofische stroming van het communitarisme, al zegt hij zich niet prettig bij deze kwalificering te voelen. Het communitarisme is een verzamelnaam voor diverse moderne filosofieën die zich bezighouden met de verhouding tussen het individu en de maatschappij. Het communitarisme keert zich tegen het ‘sociale atomisme’ van het liberalisme, dat zegt dat de samenleving is opgebouwd uit autonome individuen. Zo ook Taylor. De mens is op de eerste plaats lid van een 'wij-gemeenschap' en pas in tweede instantie individu. Individuele personen zijn moreel niet autonoom, maar zijn gevormd door de culturen en waarden van de gemeenschappen waartoe zij behoren.
Bronnen van het zelf
Internationale bekendheid kreeg Taylor door zijn boek Sources of the Self (1989), dat in 2007 verscheen in Nederlandse vertaling ('Bronnen van het zelf'). Hierin gaat hij op zoek naar de ontstaansgeschiedenis en de morele bronnen van de moderniteit en het hedendaagse individualisme. In dit werk komt hij tot een visie op menselijke identiteit die veel rijker is dan de in het moderne denken verankerde opvatting dat de mens eerst en vooral een autonoom subject is. Met zijn boeken The Malaise of Modernity (1991) en Multiculturalism and the Politics of Recognition (1992) vestigde hij definitief zijn naam als origineel denker.

Professoren onder elkaar; vlnr: Charles Taylor, Peter van der Veer, Joep Dohmen en Wil Derkse (foto: Louis Runhaar).
Godsdienst
In Een seculiere tijd onderzoekt Taylor de veranderde rol van godsdienst in de samenleving. Hij observeert de ontwikkeling van bepaalde facetten binnen de westerse wereld. De hedendaagse seculiere wereld wordt volgens Taylor niet gekenmerkt door de afwezigheid van religie, maar door een voortgaande uitbreiding van godsdienstige, spirituele en antireligieuze mogelijkheden die mensen gebruiken om hun identiteit vorm te geven.
Verhalen over secularisatie
In zijn toespraak in Utrecht sprak Taylor over twee 'secularisatieverhalen' en legde uit waarom die onjuist zijn. Het eerste noemt hij het 'lineaire verhaal'. Deze sociologische thesis stelt dat hoe verder het moderniseringsproces in een maatschappij zich ontwikkelt, hoe minder religie een rol speelt. De tweede theorie noemt hij het 'subtractieverhaal'. Deze gaat ervan uit dat er zoiets als een authentiek zelf bestaat. Religie wordt in dit verhaal bestempeld als de vijand van authenticiteit. Een door de rede veroorzaakte toename van morele autonomie en in vrijheid gezochte identiteit moet wel tot achteruitgang van religie leiden. "These stories are wrong", zegt Taylor.
't Zelf staat niet op zichzelf
Waarom zijn ze onjuist? Het lineaire verhaal kan volgens Taylor niet kloppen omdat het religie als iets onveranderlijks beschouwt, terwijl godsdiensten door het verloop van de geschiedenis aan verandering onderhevig zijn. Modernisering veroorzaakt geen afbraak maar transformatie van religie. Volgens het subtractieverhaal is religie een oneigenlijke laag op het authentieke zelf en dient daarvan te worden 'gesubstraheerd' oftewel afgepeld. Volgens Taylor staat het zelf echter allerminst op zichzelf. Het zelf wordt geconstrueerd door de context van de heersende cultuur, waar ook religie deel van uitmaakt.











