Op Amsterdamse tram wel hoofddoek maar geen kruis
Kort geding
Het kort geding was aangespannen tegen het Amsterdamse Gemeentelijk Vervoerbedrijf GVB. Mickel Aziz kwam in 1984 uit Egypte naar Nederland. Hij werkt sinds twaalf jaar bij het bedrijf en al die tijd draagt hij zichtbaar een crucifix van vijf centimeter lang om zijn nek als uiting van zijn geloof.
Rijverbod
Begin dit jaar werd hij door zijn leidinggevende van lijn 25 op de vingers getikt. Als hij het kruis niet onder zijn kleding zou stoppen, zou hij onmiddellijk worden geschorst. Aziz weigerde dit en kreeg dit jaar al twee keer een rijverbod. Sindsdien zijn volgens zijn advocate Jacqueline Koops de bedrijfsregels aangescherpt om verdere maatregelen tegen haar cliënt te kunnen nemen. Alle sieraden op GVB-bedrijfskleding zijn voortaan expliciet verboden.
Bedrijfshoofddoek
Aziz zegt het onbegrijpelijk te vinden dat moslima's bedrijfshoofddoeken mogen dragen als zichtbare uitingen van hun geloof, terwijl hij het kruis niet mag dragen.
Geloofssymbool
Aziz ziet het kruis niet als sieraad, maar als een teken van zijn geloof. "Het is het symbool van de liefde van Jezus Christus”, zei hij in Netwerk. "Ik heb het recht om in een democratisch land mijn geloofsuiting te doen" zegt Aziz.
Reactie GVB
Het GVB wilde niet voor de camera reageren, maar liet in een communiqué weten dat het bedrijf “geen kettingen” tolereerde, los van hun religieuze betekenis.
Onze Lieve Heer wint
Volgende week is de uitspraak, die de tramconducteur met vertrouwen tegemoet ziet. Hij zegt zeker van zijn zaak te zijn: "Onze Lieve Heer wint!"











