‘Religiejournalistiek is uit de puberteit’
Eendimensionaal
Volgens de religiejournalisten, bijeen op 8 en 9 januari, zorgde de nieuwe actualiteitswaarde van religie na de aanslagen van 11 september 2001 in New York meer dan eens tot “eendimensionaal identiteitsdenken” in de media, in de samenleving en in de politiek.
Meer oog voor complexiteit
Hoewel ze willen vasthouden aan het grote belang van geloof en identiteit en aan de waarde van herkenbare omschrijvingen, willen de godsdienstjournalisten tegelijkertijd principes gaan hanteren die meer recht doen aan mensen en hun geloof. Zij willen daartoe meer oog ontwikkelen voor de complexiteit van de persoonlijkheden en motivaties die schuilgaan achter geloofsovertuigingen, zonder in te leveren op inzichtelijkheid en proportionaliteit.
Ontkenning kleur slecht uitgangspunt
De religiejournalisten schrijven dat zij ervan doordrongen zijn dat zij hun werk doen vanuit een eigen religieuze of levensbeschouwelijke inspiratie. Hoewel dit journalistiek gezien op gespannen voet staat met neutraliteit en objectiviteit, is het ontkennen van dit spanningsveld volgens de journalisten “het slechtste uitgangspunt”.
Respect voor sterke overtuigingen (I)
De acht godsdienstjournalisten willen dat er meer onderscheid wordt gemaakt tussen “sterke waarheidsclaims” en “vrijheidsbeperking, intolerantie, uitsluiting of zelfs geweld”. Die liggen volgens hen niet per se in elkaars verlengde. De geloofsovertuigingen verdienen een kritische benadering, echter zonder deze vooringenomenheid.
Waarachtigheid (II)
De journalistieke specialisten willen de focus verleggen van ideeën en overtuigingen naar de praktische uitwerking van denkbeelden. Als het aan hen ligt, wordt de nieuwe journalistieke onderzoeksvraag “Hoe waarachtig bewegen mensen zich in de maatschappelijke praktijk?” Bij het zoeken naar waarachtigheid kan dan de vraag naar waarheid in veel gevallen in het midden worden gelaten.
Balans (III)
Verzet tegen reductionisme is het derde principe van de godsdienstjournalisten. Volgens hen wordt er geen recht gedaan aan religie als alleen “de exotische en buitenissige aspecten van religie” het nieuws halen: “We moeten een betere balans nastreven tussen het berichten over nieuwswaardige religieuze incidenten en het bespreken en tonen van de levende en geleefde godsdienstige realiteit van alledag.”
Voldoende kennis (IV)
Gemakzucht en kennisgebrek op het gebied van godsdienst is de religiejournalisten een doorn in het oog: “Wie zich enkel verlaat op Google en Wikipedia stelt zich bloot aan maatschappelijke schommelingen en wisselende (politieke) voorkeuren”, schrijven zij. Journalisten moeten daarentegen beschikken over een goede, volledige en actuele kennis van de onderwerpen die ze behandelen.
Lichtvoetigheid en moed (V)
Tenslotte dient de religiejournalistiek te berichten in een taal die door iedereen kan worden verstaan. Waar het seculiere en religieuze volksdeel elkaar ontmoeten, is het volgens de religiejournalisten van groot belang “om lichtvoetigheid en soms ook humor in te brengen, als tegenwicht voor de ernstige toon waarmee de clash tussen geloof en ongeloof wordt belicht.” Zowel religieuze als seculiere gelijkhebberij moet lichtvoetig behandeld kunnen worden. De specialisten geven toe dat angst voor represailles de journalist hier soms van weerhoudt. “Het enige wat we hiertegen in stelling kunnen brengen is een principiële, moedige opstelling”, zo schrijven zij.












