Vaticaan behandelde 3000 zaken van seksueel misbruik
Adolescenten
In het Vaticaanse onderzoek gaat het om gevallen die zich de afgelopen vijftig jaar hebben voorgedaan. "We kunnen zeggen dat het in ongeveer zestig procent van de gevallen ging om seksuele aantrekking tot adolescenten van hetzelfde geslacht; dertig procent betrof heteroseksuele relaties", aldus mgr. Scicluna. "Bij de overige tien procent betrof het pedofilie in de strikte zin van het woord. Dat wil zeggen, seksuele aantrekking tot prepuberale kinderen."
Niet veroordeeld toch gestraft
De ongeveer 3000 aangeklaagden waren zowel diocesane als religieuze priesters. Zestig procent van de zaken kwam niet voor het kerkelijk gerecht, voornamelijk vanwege de hoge leeftijd van de priesters. Hoewel zij niet formeel werden veroordeeld, werden ze geconfronteerd met "administratieve en disciplinaire maatregelen". Dat betekent dat ze werden verplicht om tot hun dood in afzondering te leven. Ook werd het hun verboden de sacramenten te bedienen.
Uit het ambt gezet
Scicluna zegt verder dat in tien procent van de gevallen het vanwege overweldigend bewijs tot een veroordeling is gekomen. Dat wil zeggen dat de aangeklaagde priesters door de paus uit de klerikale stand werden gezet. In een andere tien procent van de gevallen werd de betrokken priesters gevraagd zelf uit het ambt te treden, "waar onmiddellijk gehoor aan werd gegeven".
VS
In de jaren 2003 en 2004 was ongeveer 80 procent van alle gevallen afkomstig uit de Verenigde Staten. "In 2009 is het Amerikaanse aandeel gedaald tot ongeveer 25 procent van de 223 nieuw gemelde gevallen van over de hele wereld", zegt Scicluna.
Voorpaginanieuws
De aanklager vindt dat het aantal aangebrachte gevallen in de juiste proporties moeten worden gezien. "Het verschijnsel is zeer klein. Men moet niet vergeten dat het totale aantal diocesane en religieuze priesters in de wereld vierhonderdduizend bedraagt. Dat getal strookt niet met het beeld dat wordt geschapen als deze zaken jammer genoeg op de voorpagina's van kranten staan."
Lasterlijke beschuldigingen paus
Scicluna verwerpt de beschuldigingen aan het adres van Benedictus XVI, dat die - voor hij paus werd - als prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer misbruikzaken in de doofpot zou hebben gestopt. Die aantijgingen zijn volgens de Vaticaanse aanklager "vals en lasterlijk", omdat ze uitgaan van een verkeerd begrip van het Pauselijk Geheim, waarvan sprake is in documenten uit de tijd dat kardinaal Ratzinger prefect was. Scicluna vindt dat Ratzinger destijds blijk gaf van "wijsheid en vastberadenheid".
De delictis gravioribus
In 2001 schreef kardinaal Joseph Ratzinger aan alle bisschoppen in de wereld de brief De delictis gravioribus ('Over ernstige vergrijpen'). Daarin staat dat ernstige schendingen van de sacramenten berecht moeten worden door de Congregatie voor de Geloofsleer. Ook seksueel misbruik van minderjarigen door priesters moesten voortaan door dit pauselijk orgaan behandeld worden.
Pauselijk geheim
In De delictis gravioribus wordt verwezen naar het pauselijk document Sacramentorum sanctitatis tutela. Daarin wordt bepaald dat rechtszaken voor aan Rome voorbehouden delicten onderworpen zijn aan het Pauselijk Geheim, vroeger, onder de Codex van 1917, bekend als het Geheim van het Heilig Officie. Van het Geheim van het Heilig Officie is sprake in het geheime Vaticaanse document Crimen sollicitationis van 1962. Op het schenden van het pauselijk geheim staan zware straffen. In Crimen sollicitationis staat er automatische excommunicatie op. Echter, in Sacramentorum sanctitatis tutela wordt daarvan afgeweken. Er staat dat een ieder die het pauselijk geheim opzettelijk of door ernstige onzorgvuldigheid schendt, alleen gestraft wordt als erover geklaagd wordt door hen die door de schending schade hebben opgelopen.










