Interview met mgr. Mutsaerts
Liever dorpspastoor
Monseigneur Mutsaerts, is met deze benoeming een langgekoesterde droom in vervulling gegaan?
“Neen (lacht)! Ik heb nooit die ambitie gehad. Ik ben pastoor in een dorp en als ik dat heel mijn leven gebleven was, voor mijn part in hetzelfde dorp, in Heeze, buitengewoon, dat is een prima plaats.”
Wilt u beweren dat u het liefste eigenlijk gewoon dorpspastoor had willen blijven?
“Jazeker, dat wil ik zeer zeker beweren.”
Mgr. Mutsaerts, uw naam wekt verwachtingen, want er is in de jaren veertig en vijftig een bisschop van Den Bosch geweest en die heette Wilhelmus Mutsaerts. Familie?
“Dat is zowaar familie, ja. Een achterneef van mijn vader. En merkwaardigerwijs van zijn generatie, dus het scheelt maar één generatie met mij.”
Leefde hij nog toen u geboren werd?
“Ja. Ik heb hem niet meer meegemaakt, want toen ik drie was, of iets in die orde, is hij overleden. Ik ken hem dus alleen maar van verhalen. Hij is, denk ik, de laatste van het rijke Roomse leven geweest en daarna, ja…”
U bent een priester die zich in het Bossche – als ik dat zo mag zeggen – behoorlijk en royaal hebt geprofileerd. U zegt wat u vindt, meer dan andere priesters.
“Ja, ja, we moeten duidelijk zijn en helderheid bieden. Dat komt de Kerk en de geloofwaardigheid ten goede. Als er dingen zijn waarvan ik denk: ja, maar dat klopt helemaal niet en het wordt als vanzelfsprekend aangenomen, dan ga ik er toch maar eens een woordje tegenin zeggen.”
Wilders
U hebt bijvoorbeeld uw bisschop bekritiseerd over wat u noemde 'binnenkerkelijke censuur'. Dat was in een weblog, hè. Maar dat is vergeten en vergeven?
“Nou, inhoudelijk was er geen enkele kritiek, maar iemand zei wat en ja, ik ben enorme voorstander van vrijheid van meningsuiting, tot in het extreme bijna toe. Ik las altijd graag Theo van Gogh en dat soort recalcitrante types. Die mensen zijn helder. Die hebben wel een gefundeerde mening. Mensen die maar wat roepen, daar hebben we allemaal niks aan. Nee, het moet wel gefundeerd zijn. En je moet jezelf dan maar verdedigen. Je moet ze er ook op aan kunnen spreken.”
U bent een paar jaar geleden geïnterviewd in het programma Netwerk van de KRO waarin u – en corrigeert u mij als ik het niet goed formuleer – in elk geval uw steun hebt betuigd voor de film Fitna van Geert Wilders. U deed dat met pastoor Mennen uit Oss en anderen, maar de film had u dacht ik niet gezien.
“Ik heb die film niet gezien, dus ze belden mij op, ik weet niet hoe of waarom. Ik zeg: iedereen kan vragen stellen, dus kom maar. Ik geef antwoord voor zover ik iets weet. Alleen over Fitna moet u me niks vragen, want die heb ik gewoon niet gezien. Dus dat ik die film steun… dat las ik her en der terug, maar ik geloof niet dat ik die film gesteund heb. Ik heb hem gewoon helemaal niet gezien. Ik had begrepen: het zijn authentieke beelden, dus wat dat betreft is er niks geënsceneerd. En daar moet je niet al te moeilijk over doen. Ik heb enkele fragmentjes gezien. Een cinematografisch hoogtepunt was het natuurlijk niet. Maar er staat iemand wel voor zijn mening. Op zich vind ik dat wel goed. Ik ken mensen die dat doen en waar ik het totaal niet mee eens ben, maar ik kan het waarderen. Ik kan ook prima gesprekken voeren met atheïsten, mits die hun gezond verstand gebruiken en weten waar het over gaat. Eerlijk gezegd beter dan katholieken die dingen zeggen, maar eigenlijk niet eens weten waar ze het over hebben.”
Cynisch
Uw bisschop zei op de persconferentie dat hij verwachtte dat u als bisschop anders zou spreken.
“Ik moet me misschien iets diplomatieker uitdrukken. Als ik de pen ter hand neem kan ik soms wat cynisch zijn – een van mijn vele slechte eigenschappen – maar inhoudelijk zal er aan mijn gedachtegang weinig veranderen, want volgens mij is die gewoon katholiek, ja.”
Mgr. Mutsaerts, ik kan moeilijk aan u vragen of u er zin in heeft.
“Ja, als je het al niet zou hebben, moet je in ieder geval zin maken. En dat doen we dan ook maar.”
Dit is eigenlijk geen werk om zin in te krijgen, hè?
“Nee, het is niet zo van: vind je het leuk? Dat is een beetje rare vraag voor dit soort ambten. Maar ik probeer het van harte te gaan doen en aan de gang te gaan.”
Voetbaltrainer
U blijft supporter van PSV?
“Ja, dat blijf ik ja. En ik ben ook trainer van een jeugdelftal en dat blijf ik ook maar doen.”
Ben u trainer van een jeugdelftal?
“Ja, ja, we hebben ons vorig jaar maar net gehandhaafd, maar dit jaar (lacht) gaan we resultaat boeken.”
Is dat FC Heeze?
“Heeze, de D1. Ja, ja, dat is een mooi elftal. Als bisschop is dat misschien vreemd, maar vooruit maar. Het zij zo.”
Ik zie de beelden al komen: u als bisschop aan de kant en dan in de Bert van Marwijk-stijl wat dirigeren.
“Nou, ik ben grensrechter, dat is nog erger.”
Taken
De taken zijn verdeeld. Mgr. Mutsaerts, wat gaat u doen?
“Ja, misschien weet u: we zijn met een reorganisatie bezig van de parochies. We gaan van een groot aantal naar een … het wordt ongeveer gekwarteerd. Dat heeft nogal wat consequenties voor de bezetting, voor het hele plaatje en ook voor de inhoudelijke invulling en de samenwerking. Nou, daar ga ik proberen mijn steentje aan bij te dragen.”
U wordt ook voorzitter van het kapittel?
“'Ja, daar moet ik nog even aan wennen wat het is, want ik weet natuurlijk dat het kapittel bestaat en dat…”
Provoost ben je dan.
“… dat is heel mooi, ja, maar die komen volgens mij twee, drie keer per jaar bij elkaar, dus ja, dat zal zeer beperkt zijn.”
Uccula
Mgr. Mutsaerts wordt op 18 september samen met zijn collega mgr. Liesen in de Bossche Sint-Janskathedraal tot bisschop gewijd. Zijn wapenspreuk luidt: Veritas vos liberabit (‘De waarheid zal u vrijmaken’). Hulpbisschoppen zijn niet verbonden aan een cathedra (bisschopszetel in een kathedraal) zoals residerende bisschoppen. Ze krijgen een benoeming met een titel van een niet meer bestaand bisdom. Mgr. Mutsaerts is titulair bisschop van Uccula (Noord-Afrika).











