Leo Beenhakker
Andersdenkenden, 8 januari 2006
In RKK’s Andersdenkenden ontvangt Gerard Klaasen de bondcoach van Trinitad & Tobago Leo Beenhakker. De successen van Leo Beenhakker (63) zijn opzienbarend. In zijn lange loopbaan als voetbalcoach behaalde hij met Real Madrid 3x de landstitel, met Ajax twee keer en met Feijenoord één keer. Vorig jaar bracht hij in korte tijd de Caribische eilanden Trinitad & Tobago naar de WK 2006 in Duitsland. Don Leo is verslaafd aan voetbal maar ook sterk gemotiveerd om van elke nieuwe uitdaging een groot succes te maken.
![]() |
| Leo Beenhakker (foto: rkk) |
U hebt die drive, die rusteloosheid
‘Er zijn er gelúkkig meer die dat hebben, hoor, anders was het hier maar een hele grijze maatschappij’.
Maar u houdt maar vol!
‘Ja, en wat is daar op tegen?’
Helemaal niets!
‘Ik verbaas me er altijd over dat allerlei mensen maar zo bezig zijn om jouw leven te regisseren. Ieder mens heeft het recht om zijn eigen leven te regisseren. Ik ben nu 40 jaar in dit vak, ik geniet er nog steeds elke dag van. Het aardige van mijn vak is dat er geen dag hetzelfde is. Elke dag is het weer een feest wat je tegenkomt’.
U leeft al veertig jaar uit een koffer!
‘Dát is wat overdreven, alleen in mijn vak gelden de overeenkomsten meestal voor hooguit twee, drie, vier jaar, en dan ga je weer. Voor een Rotterdamse havenjongen is daar niks vreemds aan’.
Nou ja, dán was U weer bij Zaragossa en dan was U weer bij Real en dan was u weer bij Feijenoord, onmiddel- lijk daarna was U weer bij Ajax en ging U ineens weer naar Mexico. Het was niet altijd te volgen.
‘Het-was-niet-te-volgen? Het is bést te volgen! Net zo goed als clubs een bepaalde reden hebben om een trainer te ontslaan, heb je als trainer het recht om van baan te veranderen. Ik had op dat moment argumenten om in te gaan op een andere baan. In een normale beroepsmaatschappij gebeurt dat ook heel vaak, maar alleen omdat dit voetbal is gaat iedereen zich er weer mee bemoeien’.
U kunt, zoals nu, monumentaal zuchten.
‘Ach, dat is zo z´n eigen leven gaan leiden. Als je regelmatig op persconferenties met de sportjournalistiek te maken hebt, dan word je over het algemeen niet vrolijk van het niveau van de vragen. Dan heb je wel eens een moment dat je denkt: wat zit ik hier in vredesnaam te doen’.
Hij heeft geen levensbeschouwing “op religieuze gronden” zoals hij dat noemt. ‘Ik ben wel voor een deel kerke- lijk grootgebracht. Ik was enigst kind. Mijn vader was mijn vriend, mijn steun en toeverlaat. Hij was een hele ondernemende man die mij vanaf het begin het leven heeft leren kennen en me overal mee naar toe nam. Mijn vader werd ongeneeslijk ziek en overleed toen ik dertien was. Ik heb toen erg veel moeite gehad om nog te blij- ven geloven in Iemand die het goede voor zou moeten hebben met mensen. Ik ben sinds dat moment heel ratio- neel gaan denken over het geloof. Als jongetje van dertien jaar ervoer ik het als een dermate grote onrechtvaar- digheid dat iemand op die manier van je afgenomen werd. Vanaf dat moment heb ik mij eigenlijk gedistantieerd van God. Ik hoop dat ik niemand ermee kwets maar toen heb ik gezegd: God bestaat in mijn leven niet meer, Hij is er niet. En áls Hij bestaat ben ik nog steeds heel boos op Hem. Mijn vader is er gek genoeg nog wel steeds, ik heb het gevoel dat hij er nog steeds is. Dat is het tegenstrijdige: enerzijds draag ik dus die hele rationele gedach- tengang en die boosheid en anderzijds heb ik die momenten dat mijn vader er ís. Het klinkt misschien wat zwe- verig maar in mijn emotionele leven ís hij er gewoon. Er gaat echt geen week voorbij dat ik niet enig moment aan hem denk’.
Soms schuift hij op zondagavond wel eens bij aan de tafel van Jack van Gelder’s Studio Voetbal waar hij dan in vinnige verbale scrimmages geraakt met analyticus Hugo Borst en soms Youri Mulder. Het gaat er dan soms zo fel aan toe dat je als kijker de indruk krijgt dat Beenhakker Borst op een goed moment van nijd over de tafel trekt. ‘Dat zie je heel goed.. Ik heb al twee keer op het punt gestaan om hem over de tafel heen te trekken. Hugo is soms zó ongenuanceerd en zó-uitsluitend-erop-uit-om-mensen-kwetsen. Je mag bést kritiek hebben op hoe mensen functioneren maar je moet geen mensen kwetsen, en dat vind ik op dit moment een beetje de trend. Als je ziet welke mensen op dit moment de publieke opinie beïnvloeden in de sportprogramma´s: Hugo Borst, Johan Derksen, dat soort figuren, dan vind ik dat absoluut getuigen van niveau-nul, en dat laat ik ook aan ze merken. Voetbal is van iedereen: ze mogen míj beoordelen als trainer, ze mogen Arie van Eijden beoordelen in zijn func- tie als algemeen directeur van Ajax maar niet door ons zó dermate persoonlijk te kwetsen. Het is ten hemel schreiend dat dít op dit moment het niveau en de tendens is van een aantal programma´s op TV’.
Maar U schuift toch maar steeds aan bij Studio Sport?
‘Ik loop er niet voor weg! Ik loop voor zo iemand als Hugo Borst niet weg! Het is: óf-ik-kom, óf-ik-kom-niet. En als ik kom, dan zit Borst daar, dat is de zaak van de NOS. Als ik die confrontatie niet aan wil, dan moet ik ge- woon lekker wegblijven’.
In 2003 ging hij weg bij Ajax, Nederland uit, hij ging de Mexicaanse club America trainen. “Ik wil er niet meer bijhoren, bij Nederland”, zei hij, “de gewelddadigheid in de Nederlandse samenleving is geweldig groot. Kort daarvoor werd hij door FC Twente-supporters gemolesteerd. We zijn inmiddels twee jaar verder. ‘Ik zie het nog precies zo. Ik moet je eerlijk zeggen: ik heb geen énkele interesse meer om nog in Nederland te werken. Ak- koord: ik ben Nederlander, ik ben trots op mijn land, het is een prima land om te wonen, maar om er in mijn branche in te werken -: néé, dat wil ik niet meer’.
Wat is eigenlijk Uw geheim als voetbalcoach?
‘Ik héb geen geheimen. Voor elk vak waar je met mensen werkt heb je tenminste twee dingen nodig: vakkennis, in mijn geval voetballen -, dat je weet waar het over gaat en hoe het gespeeld moet worden -, én: verstand van mensen. Ik heb in elk geval de gave om mensen heel snel te door- gronden. Ik kan mensen redelijk snel bij elkaar brengen en in een team laten functioneren. Ik heb zo op het oog altijd spelers gehad die dan zogenaamd moeilijk waren, ja, ik ben gek met moeilijke spelers. Mensen met een sterk karakter, van-die-eigenwijze-gasten. Ik vind het heerlijk om die op een gegeven moment enerzijds volledig in hun waarde te laten en anderzijds te zorgen dat ze functioneren in een team en spélen voor een team. Als je -zoals bij Madrid - spelers als Butragueño, Hugo Sanchez, Bernd Schuster, als Camacho of Juanito -, als je die allemaal met elkaar kunt laten spelen, dan is dat ei- genlijk het enige waar je de hele dag mee bezig bent. Voetballen kunnen ze allemaal maar het gaat erom dat je ze met elkáár laat voetballen. Dát is de grote uitdaging: enerzijds hebben ze zó´n sterk ego dat ze allemaal de uit- blinker willen zijn en anderzijds: de voorwaarde om te presteren is dat je je talent in dienst stelt van het elftal. Dat is een geweldig gevecht waar ik van kan genieten’.
Doet U dat nu ook als bondscoach van Trinidad and Tobago? U heeft die jongens eerst leren voetballen?
‘Nee, dát niet -: met-elkáár-leren-voetballen. Dat is heel wat anders. De spelers kunnen op zich redelijk uit de voeten, alleen, het is weer hetzelfde verhaal: je-moet-het-met-elkaar-doen. Als de linkerhand in het team niet weet wat de rechterhand doet, dan kun je nooit succesvol zijn, en dat is met deze spelers het grote gevecht ge- weest. We stonden hélemaal onderaan in de kwalificatie-poule, het zag er allemaal redelijk hopeloos uit. De spe- lers hebben zich individueel ondergeschikt gemaakt aan het elftal en we hebben heel veel tijd en energie erin ge- stoken om te proberen die zaak te redden, en dat is gelukt’.
Trinidad and Tobago is helemaal geen voetbalnatie, cricket is het daar eigenlijk - ‘Ja, voetbal heeft er weinig betekenis maar ik ben aan het proberen iets op te bouwen. Het eiland heeft ongeveer 1,1 miljoen mensen en die zijn allemaal helemaal in de wolken over het voetballen’.
Trinidad and Tobago wordt géén wereldkampioen?
‘Nee, natuurlijk niet! Wij worden geen wereldkampioen. Dat kán ook niet. Daarvoor zijn we veel te klein en hebben we lang niet de kwaliteit en het talent van de grote landen als Brazilië, Argentinië, Engeland, noem maar op’.
Is Trinidad and Tobago de zwakste WK-deelnemer?
‘Op dit moment wel’
Eerlijk van U dat u dat zegt!
‘Ja, maar dat is gewoon zo. Maar dat betekent niet dat we niet het recht hebben om daar naartoe te gaan om te trachten heel goed te spelen, goede resultaten te maken en vooral ook om er van te genieten. Dat gaan we doen’.
U kijkt vaak redelijk ernstig -, is dat omdat u zich als trainer-coach ook een beetje wilt vergrendelen?
‘Het is deels een kwestie van je afschermen, een beetje onbenaderbaar-zijn’
Ik heb U één keer echt zien opspringen op het veld, maar U zult dat niet zo snel doen?
‘Mijn functie is anders. Ik zit daar om die spelers te trachten heel rationeel te helpen. Natuurlijk heb ik van bin- nen mijn emoties maar ik weet ze te controleren. Het is op dat moment helemaal niet functioneel om ze te tonen. Ik ga niet als een trekpop langs de lijn lopen want daar help ik mijn spelers niet mee. Mijn taak is om me volle- dig op die wedstrijd te concentreren. Ik kijk waar ik mijn spelers kan helpen via een bepaalde aanwijzing, door een bepaalde omzetting, een bepaalde wissel, dát is mijn taak op dat moment. Ik geloof niet dat een team er bij gebaat is als ik daar hysterisch schreeuwend als een trekpop langs die lijn ga lopen, dan hebben ze ook niks aan je’.
U bent 63 Na de WK in Duitsland gaat U vast en zeker niet stilzitten?
‘Luister, als je op deze leeftijd bent, dan leef je van gebeurtenis naar gebeurtenis, en van jaar tot jaar. Het is een héél simpel verhaal. Leeftijd-zit-van-binnen. Leeftijd heeft niets te maken met je geboortedatum. Ik weet dat ik biologisch-gezien 63 ben, alleen: ik voel me nóóit 63 -: dat is de basis van alles. Als er nog wat leuks komt doe ik het. Als er niks leuks komt doe ik het niet, en dan heb ik het toch naar mijn zin’. Ik heb altijd gezegd: “Zolang ik het leuk vind en lichaam en geest het aankunnen ga ik door, ja, waarom niet? Ik heb er van genoten om vier jaar lang Real Madrid te hebben mogen trainen maar als je morgen tegen mij zegt: “Joh, ga nou morgen lekker de ‘onder-zestien-jarigen’ van Anderlecht of AC Milaan trainen, dan heb ik daar evenveel plezier in. Ik heb al die glitter en glamour allemaal niet nodig. Aad de Mos heeft wel eens gezegd: “De voetbalwereld is één grote jungle, je moet alleen zorgen dat je niet verdwaald” - Maar U hebt er natuurlijk nét zo goed ook in meegedaan? ‘Ja, natuurlijk. Maar ik heb alleen geprobeerd om niet te verdwalen en mezelf te blijven, ik ben mijn eigen weg blijven zoeken’
Is U dat gelukt?
‘Dat is mij gelukt, ja, tot ergernis en frustratie van enkele personen in deze wereld’.
Heeft U dan vijanden?
‘Natúúrlijk heb ik vijanden. Ik heb meer vijanden dan vrienden in deze wereld, kan ik je garanderen’
Zit u daar erg mee?
‘Totáál niet! Nee hoor, als zo iemand zich weer aandient, dan roep ik: “Prettige wedstrijd en zoek het lekker uit!”’
Is een trainer eenzaam?
‘Ja, natuurlijk is die eenzaam. Met name op momenten als het wat minder draait of als het resultaat tegenvalt. Ik heb momenten meegemaakt dat je in een stadion van honderdduizend mensen speelt en die wedstrijd is afgelo- pen en het is niet zo goed verlopen -, dan kan je dus tussen honderdduizenden mensen ontzéttend eenzaam zijn’
En wat doe je dan?
‘Wat je dan doet? Naar huis gaan, en vooral naar de men- sen die heel dicht bij je staan, die van je houden want die zijn dan op dat moment jouw steun en toeverlaat’.
Maar die heeft u ook niet altijd bij de hand?
‘Nee, dat klopt’.
Want toen U naar Mexico ging, na Uw Ajax-avontuur, ging U alleen. U was net gescheiden, Uw zoon en Uw dochter woonden in Nederland.
‘Dat klopt. Ik heb om een privé-reden in 2003 Ajax achter mij gelaten en ben naar Mexico gegaan Je moet dan mentaal héél sterk zijn om dat te kunnen verwerken maar wat dat betreft kan ik ook heel goed alleen zijn. Ik kan ook héél goed met mezelf praten’.
Op zich was het vorige maand al heel bijzonder: vier Nederlandse WK-bondscoaches in één privé-vliegtuig naar de loting voor de WK in Leipzig. Leo Beenhakker vond het een prachtige vertoning. ‘Ja, dat was het. Toen we daar het hotel binnenkwamen merkte je toch dat iedereen het heel knap en verbazingwekkend vond dat we vier Nederlandse coaches bij de WK hebben. Het is sowieso wel opvallend dat buiten deze vier die nu naar de WK gaan, de twee grootste clubs in Portugal - Benfica en Porto - door Nederlandse trainers gedirigeerd worden. Rij- kaard bij Barcelona, dat is natuurlijk ook niet mis. Van Marwijk bij Dortmund, Martin Jol bij Tottenham Hotspur -, dat betekent inderdaad dat we wat dat betreft momenteel een geweldige generatie trainers hebben’.
Één ding heeft U in elk geval binnengejast:U kúnt uiteindelijk in de Heimat tijdens de WK met Guus, Marco en Dick stevig gaan klaverjassen?
‘Ja, dat is een heel mooi vooruitzicht!’.













