Tine van Houts
Andersdenkenden 29 januari 2006
Never a dull moment
De Londense NOS-Journaal-correspondente Tine van Houts (54) deed vorig jaar zowel de landelijke verkiezingen, twee bomaanslagen in de City, de bruiloft van Charles en Camilla als de G8-top, de toewijzing van de Olympische Spelen aan Londen én het Britse voorzitterschap van de Europese Unie. Haar gedistingeerde glimlach gaat parallel aan een uiterst soepele tred van spreken. 1 januari jl. stopte ze.
Tropenjaren
Zestien tropenjaren was ze correspondente voor het NOS-Journaal in Londen. Écht Engels werd ze nooit maar dat wilde ze ook niet. ‘Ik wíl niet echt Brits zijn want dan kan je niet meer als correspondent werken. Je ziet dan niet meer de gekke dingen van dit land’. Haar journalistieke loopbaan speelde zich tot nu toe geheel op Britse bodem af. Ze trouwde in Londen een Nieuw-Zeelandse toneelmaker en kreeg er twee kinderen. Nu zij 1 januari gestopt is, is de kans dat zij tijdens dit interview via haar mobiele telefoon acuut wordt weggeroepen gering geworden. ‘Ik kan nu heel rustig mijn mobiele telefoontje uitzetten. Voor dit interview hoef ik niet te zeggen: “Ik kom alleen als er elders geen nieuws is”. Mijn moeder placht vooral de Pasen bij ons te mijden want zij wist bijna zeker dat ze me tijdens die dagen wel weer naar het vliegveld moest brengen omdat de IRA een bomaanslag met Pasen zei te plannen. Ze komt eigenlijk nog steeds niet met Pasen terwijl het nu tamelijk rustig in Noord-Ierland is geworden’.
Afscheid van Londen
Ze wist dat het correspondentschap niet voor het leven is. ‘Met correspondentschappen is het net zo als in de diplomatieke dienst: je gaat na elke drie of vier jaar óf terug naar huis óf je gaat naar een andere buitenlandse post. Ik ben hier al 16 jaar, dat is vier keer het gemiddelde, dus als de bazen zeggen: “Kom eens terug naar Hilversum of ga eens naar een ander buitenland!” moet je daar wel gehoor aan geven. Ik blijf liever in Londen, ik ben dol op Londen en ik heb natuurlijk ook een man en twee kinderen die hier groot zijn geworden en op de universiteit zitten. Ik zou het heel moeilijk vinden om afscheid van Londen te moeten nemen. En het Nederlandse publiek went vast wel aan het NOS-Journaal zónder het gezicht van Tine van Houts! Niemand is onmisbaar’.
Jij hebt hier in Londen altijd een eenmansbedrijfje gehad.
‘Londen was voor de NOS altijd een halve baan, en tegelijk verwacht Hilversum toch van je dat je 24 uur 7 dagen in de week werkt. Lange tijd deed ik de helft van de tijd een dagblad en de andere helft Het Journaal. Tegenwoordig is het vrijwel onmogelijk om dat naast elkaar te doen. Toen ik begon waren er op zo’n dag veel minder Journaals, voor de correspondenten was eigenlijk alleen het Acht Uur Journaal belangrijk. Je kon nog de hele dag voor de krant stukken typen en ’s avonds deed je iets voor het Acht Uur Journaal. Maar nu, als er écht nieuws is, is het meedogenloos. Want je hebt het Ochtendjournaal, de lunchtijdjournaals, 16.00 uur, 18.00 uur, 20.00 uur, 24.00 uur en de late Journaals. Bij grote evenementen wordt tegenwoordig meteen de uitzending opengebroken en dan doe je elk uur en soms tussendoor nog een uitzending. Je kunt dan niet - zoals ik nog gedaan heb bij de dood van Diane tegelijkertijd met de hand stukken schrijven zittend op dat kleine ijzeren hekje voor Buckingham Palace - en tussendoor via je mobiele telefoontje de stukken doorbellen terwijl je elke keer voor die camera moet gaan staan. Dat is onmogelijk tegenwoordig, dat kan écht niet meer’.
Voor de Engelsen is zij een token-foreigner, een voorbeeld buitenlander. ‘Ik word vaak gevraagd voor discussie-paneltjes op de BBC-radio of -televisie. Ze vinden het fijn om in zo’n panel van Britse politieke experts, intellectuelen of zomaar Britse voorbijgangers er één buitenlander bij te hebben, dan wordt het tóch nog een beetje internationaal. Soms ben ik dan alleen maar De Buitenlander, soms word ik uitgenodigd als de stem van Nederland en heel soms ben ik gewoon héél Europa want de Britten horen daar natuurlijk nog steeds niet bij’
Zijn de Britten eigenlijk aardig?
‘Ze zijn héél aardig maar ze laten het aan de oppervlakte niet goed merken. Ik geef een voorbeeld: toen ik pas in Londen was en ik nog niet zo ontzettend veel mensen kende, moest ik opeens naar het ziekenhuis. Ik had eigenlijk verwacht dat ik niemand op bezoek zou krijgen maar er kwamen heel veel mensen langs en dat verbaasde mij enorm. Het waren mensen van wie ik dacht dat ik ze helemaal niet zo goed kende zoals ik mijn Nederlandse kennissen kende, ze waren immers op het werk zoveel afstandelijker. Dit is natuurlijk een heel conservatief land en dat betekent ook dat de oude waarden van een beetje op elkaar letten als er problemen zijn en je kennissenkring en familie goed in de gaten houden heel belangrijk zijn. In Groot-Brittannië bestaat bijvoorbeeld een enorme liefdadigheidssector, iedereen is wel bezig met iets te organiseren voor een charity, dat is heel belangrijk. Er zijn nog héél veel ouderwetse dorpsnetwerken zoals hier in de dorpen rondom Londen’
‘De Britten willen iedereen in een hokje plaatsen’, is vaak de idee?
‘Ja, dat is heel erg, de Britten zeggen: All form en no content, alles aan de buitenkant en als je dan het doosje opendoet zit er aan de binnenkant helemaal niets in. Rituelen zijn hier in het dagelijks leven heel belangrijk. Altijd beleefd zijn, altijd bedankbriefjes schrijven, ook als je bij de buren gegeten hebt, dan doe je een kaartje in de bus van “Hartelijk dank, leuk gegeten, énige gasten”. Dat doe je gewoon! Ik ben er nog altijd verbaasd over. Soms zeg ik tegen mijn beste vriendin: “Je hóeft geen kaartje te sturen, het hoeft écht niet” maar ze doet het toch. Ze kan het niet laten! Je ziet al die belangrijke rituelen en kostuumstukken ook bij het Britse koningshuis, het is dan ook niet verbazingwekkend dat de Britten het beste theater van de wereld hebben want álles is hier toneel. Vorm is heel belangrijk’.
Het koningshuis is voor een correspondent in Engeland nog steeds heel belangrijk?
‘Ja, op het moment zit het koningshuis een beetje in de luwte maar het koningshuis in Engeland is natuurlijk een soap-opera. Het lijkt er wel op alsof de Britse pers elk jaar beslist wie dít jaar weer de heilige van de koninklijke familie zal worden en wie de slechterik van het jaar zal zijn. Dat varieert een beetje. Vorig jaar was het prins Harry, de tweede zoon van prins Charles want die was altijd dronken. Maar nu zit hij bij het leger dus kunnen ze geen verhalen meer over hem schrijven. De Britse pers is op zoek naar een nieuwe slechterik voor het nieuwe jaar. Camilla, de tweede vrouw van prins Charles, was altijd de boze feeks want zij heeft toch Diana van haar plaatsje verdrongen. Maar nu ze met Charles getrouwd is, is Camilla ‘goed’ geworden, ze is zelfs het grote voorbeeld voor de moderedactrices. Er is nu een Camilla-manier van kleden die hét grote voorbeeld is voor dames van een bepaalde leeftijd’.
Koningin Elisabeth, al meer dan 50 jaar op de troon, is het prototype van grijs.
‘Ja, het koningshuis móet natuurlijk iemand hebben - liefst iemand die aan het hoofd van dat huis staat - die betrouwbaar is, de moeder van de natie is, die goede manieren heeft en die weet hoe het hoort. Al die jonge leden van de koninklijke familie mogen allemaal modern zijn en naar waarzegsters gaan of vreemde relaties hebben maar de koningin moet gewoon aan het hoofd staan, formeel zijn. Ze moet wél heel gekleurde mantelpakjes aan hebben want dan kan je haar uit de verte zien. Elisabeth is nog steeds heel populair, zij staat altijd bovenaan, is altijd betrouwbaar en zal nooit een verkeerd woord zeggen, Ze zegt eigenlijk nooit iets’.
Bomaanslagen zijn verschrikkelijk en toch wil je er met je neus bovenop staan. Ik las: het knaagt aan je want als journalist ben je ook vaak toerist van andermans narigheid.
‘Ja, je bent je daar heel erg bewust van als je naar plekken als Noord-Ierland gaat. Maar je hebt wel een retourticket op zak, jíj kunt altijd weg. Je komt daar bij die mensen in hun ellende op bezoek, je interviewt ze en dan ga je weer weg, dat geeft soms een heel vreemd gevoel. Afgelopen zomer met de aanslagen in de metrostations in Londen was het natuurlijk anders omdat ik zelf in Londen woon en elke dag met de ondergrondse naar huis ga.’
Vrouwelijke correspondenten hebben in de visie van Van Houts in de loop der jaren meer kansen gekregen. ‘Toen ik begon bestónden ze eenvoudig niet. Geen omroep of krant die een vrouw met een vast salaris naar het buitenland stuurde. Het verhaal was altijd: die vrouwen gaan naar het buitenland, ze raken verliefd en trouwen en dan werken ze dus nooit meer. Dus ook al had je braaf tien jaar op de buitenlandredactie van een krant gediend en braaf alle telexen afgescheurd - als er dan weer de ronde was van wie wordt er uitverkoren voor correspondent, dan werden de meisjes nooit gestuurd. Ik wist dat ik, als ik correspondent wilde worden, gewoon als kleine zelfstandige naar het buitenland zou moeten gaan om er mijn eigen win- keltje op te zetten. Dat heb ik ook gedaan. Inmiddels is de situatie enorm verbeterd. Een poosje geleden waren hier in Londen alle correspondenten op één na vrouwen’.
Is er in het werk als correspondent eigenlijk wel een scheiding te maken tussen werk en privé-leven?
‘Dat is vrijwel onmogelijk. Toen de kinderen klein waren en we bij wijze van spreken klaar stonden om de eendjes in het park te gaan voeren - jas en handschoenen aan, shawls om, mutsen op - ging die telefoon en dan moest ik toch weer achterblijven’.
Is de Britse samenleving voor buitenlandse mediavertegenwoordigers toegankelijk?
‘Qua werk is het heel moeilijk want ze vinden de Britse pers natuurlijk veel belangrijker dan de buitenlandse pers. Ze zeggen gewoon: je bent buitenlands, je brengt geen stemmen op, onze kiezers lezen jou niet, wat kan het ons schelen. Nu begint daar langzaam verandering in te komen want als voorzitster van de Buitenlandse Pers Club heb ik in de periode 2001-2002 wel enig zendingswerk verricht’.
Heb je wel eens een interview gehad met Blair of met Thatcher?
‘Ja maar dat zijn altijd hele korte interviews, daar zit altijd een tijdslimiet op. Met Blair heb ik wel eens anderhalve minuut gehad. Blair nodigt ook wel eens één iemand van de verschillende Europese Unielanden uit. In de tijd dat dat nog twaalf landen waren was dat goed te doen maar nu met zoveel Europese landen. Je kunt natuurlijk ook altijd naar de maandelijkse persconferenties van Blair in Downing Street gaan, dat doe ik ook altijd en als je geluk hebt dan kun je hem een vraag stellen’.
Is Blair een aardige man?
‘Blairs grote zwakte als politicus is juist dat hij altijd aardig gevonden wil worden. Maar als je leider van een land bent kan je natuurlijk niet altijd een nice guy zijn. Blair is heel erg religieus - hij geloofd heel diep en niet louter voor het politieke gewin zoals je vaak bij andere politici ziet. Officieel is hij Anglicaan. Hij heeft heel sterk het gevoel dat God hem verteld heeft dat hij soldaten naar Irak moest sturen maar dat mag hij natuurlijk niet zeggen van zijn persdienst. Het getuigt natuurlijk toch van grote arrogantie als Blair zegt: “Jullie als pers hebben daar misschien problemen mee maar ik ben bereid om later, als het zover is, God recht in de ogen te kijken en te zeggen “Ik heb het goed gedaan, ik wil daar best op afgerekend worden”. Voor een intelligente politicus is dat nogal arrogant dus ik weet het niet of Blair écht aardig is’.
Op wie moeten wij letten voor wat betreft de Engelse politiek in de komende jaren?
‘Het grote licht en de man van de toekomst is David Cameron, de nieuwe leider van de Britse conservatieven. Met zijn politieke ideeën heeft het eigenlijk niets te maken maar Cameron is anders. Hij krijgt aandacht van de gewone kiezers, hij heeft het soort glamour waarvan je denkt dat het nieuw en allemaal erg belangrijk is. Hij heeft dezelfde glamour die Blair had toen hij net begon. Je weet natuurlijk niet hoelang dat duurt maar mijn gevoel zegt me dat David Cameron over drie jaar de verkiezingen zal winnen’.
Vroeger, als Tine van Houts en haar man bij vrienden voor een diner werden uitgenodigd viel vooraf nog weel eens de opmerking: “We weten in elk geval dat er ééntje komt”. Dat is veranderd?
‘Mijn man heeft ook een onregelmatig beroep want die werkt in de toneelwereld. Nu zullen ze waarschijnlijk zeggen: “We weten dat Tíne er altijd zal zijn”’.
Favoriete gebod Tine van Houts:
‘Ik ben niet gelovig maar wel heel moralistisch want je blijft toch Hollands. Alle Tien Geboden zijn belangrijk: je hoort beschaafd te leven en met andere mensen rekening te houden. ‘Gij Zult Niet Doden’ vind ik het allerbelangrijkste gebod: het is immers het enige van de Tien Geboden waar geen weg meer terug is als je het met voeten treedt. Dat is onherstelbaar, je kunt dat nooit meer goed maken. Bij al de andere geboden - ‘Je zult eerlijk zijn’ en ‘Je zult je vader en je moeder eren’ - kan je wel eens van het rechte pad afdwalen maar het is altijd goed te maken. Maar als je iemand vermoord hebt is er geen weg terug. De Britten hebben de doodstraf al een behoorlijke tijd in de ijskast gezet en die komt nooit meer terug, wat de rechterflank van de Conservatieven ook zegt. Amnesty International was in eerste instantie ook een Britse organisatie. Het initiatief werd genomen door een Britse advocaat en dat is toch typerend voor de Britten’.












