Najib Amhali
Andersdenkenden, 18 november 2007
‘Ik heb een boodschap, maar ben niet iemand die preekt’
Op de eerste rij is niemand bij jouw voorstelling zijn leven zeker?
‘Nee, het blijft voor hen een gok, haha! Met één van hen op de eerste rij ben ik nu verloofd. Ik heb haar uiteindelijk een aanzoek gedaan. Vanaf het podium had ik haar zeker drie keer aangesproken, zonder dat ik wist dat het telkens om dezelfde vrouw ging. Mijn verloofde is het enige wat ik van de voorstelling overgehouden heb.’
Overvolle zalen
Amhali groeide op in zowat het enige en eerste Marokkaanse gastarbeidersgezin in Krommenie. Anno 2007 geldt hij onbetwist als Nederlands snelst oprukkende cabaretier. ‘Ik trek overal volle zalen,’ zegt hij, ‘maar ik weet niet hoelang dit allemaal gaat duren. Zolang het duurt, geniet ik er maar van. Ik ben nu een beroemde Marokkaanse Nederlander. De een ziet mij als Marokkaan en de ander ziet mij als Nederlander. Ach, ikzelf voel mij gewoon een Marokkaan die niet in Nederland is geboren, maar er wel is getogen.’
Dit seizoen speelt hij met Zorg dat je erbij komt zo’n 120 voorstellingen. Praktisch elke voorstelling is uitverkocht. ‘Dat vleit me natuurlijk enorm. We moeten misschien wel extra voorstellingen gaan inboeken.’
Waar is jouw ongelooflijke populariteit door te verklaren?
Hij lacht. ‘Ik ben natuurlijk heel erg goed... Nee, ik ben natuurlijk al wél tien jaar bezig. In het begin zaten er 36 mensen in een zaaltje. De tv-uitzendingen van mijn theatervoorstellingen hebben veel mensen aangesproken. Ik heb een breed publiek aangeboord, niet alleen Marokkanen of louter jongeren. Ik heb uiteraard een boodschap, maar ben niet iemand die preekt. Ik ga mijn publiek niet vertellen hoe het wel of niet moet. Ik kijk naar de wereld door mijn cabaretogen. Ik ben geen choqueerder, ik ben meer een schmierder. Andere cabaretiers zijn goed in choqueren. Ik ben meer een clown, ga vooral voor de lach. Eén keer is het voorgekomen dat na afloop van een voorstelling een vroegere landgenoot mij aansprak met de vraag waarom ik de spot dreef met Allah. Hij had de grap niet begrepen. Op zo’n moment weet je niet zo héél goed wat je moet zeggen. Het is best beangstigend als iemand jou op een tamelijk agressieve manier confronteert.’
Bedreiging

Najib Amhali en Gerard Klaasen (foto:RKK)
Amhali werd islamitisch opgevoed. ‘Niet zo streng dat ik vijf keer per dag moest bidden. Ik geef aan mijn beleving van de islam mijn eigen invulling. Ik ga ook niet elke week naar de moskee. Eerlijk gezegd ben ik tot nu toe nog maar één keer in een moskee geweest.’
Zijn er grappen over Allah die je anno 2007 niet zo snel meer zou maken?
‘Ik maak eerlijk gezegd helemaal niet zulke harde grappen over de islam, maar ik kan het natuurlijk moeilijk níét over de islam hebben als een imam roept dat we homo’s van een flatgebouw moeten af gooien. Dan heb ik het daar dus over. Ik denk wel na over dingen, maar of ik voorzichtiger ben geworden? Als ik met bewaking moest rondlopen zou me dat het allemaal niet waard zijn geweest.’
Dan zou je ermee zijn opgehouden?
‘Dan zou ik er absoluut mee ophouden! Het hangt er natuurlijk wel van af wat de aard van de bedreigingen zou zijn, maar mijn leven is méér dan alleen cabaret en grappen maken.’
Marokkaan
Hij begon ooit met stemmetjes en imitaties à la André van Duin. Nu gaat hij met zijn moeder, zij met hoofddoek op, naar de première van André van Duin. ‘Ja, zo is het maar net. Ik word nu uitgenodigd voor zijn première. Ik wist dat mijn moeder dat héél erg leuk zou vinden. Ik vond het gewoon heel leuk dat wij daar met z’n tweeën samen zaten.’
Zijn ouders spraken nauwelijks Nederlands, zijn vader is inmiddels overleden. ‘Ik ben héél erg trots op mijn moeder. Zij is een zelfstandige vrouw die veel dingen alleen heeft moeten doen, zoals Nederlands leren. Mijn moeder was ook een beetje de man in huis, van behangen tot timmeren. Ik deed het kasboek. Ze heeft ons met veel liefde opgevoed. Mij in elk geval tot wie ik nu ben. Mijn ouders hebben ons ook niet geleerd dat alleen moslims naar de hemel gaan, alsof wij het ware geloof hebben. Geloof moet een houvast zijn. Ik ga altijd uit van het goede in het geloof. Ik heb nooit iets tegen iemand van een ander geloof gehad. In mijn islamitische opvoeding is mij ook nooit verteld: “Kijk uit voor de joden” of “Niet met katholieken praten”. In de Koran staat dat je iedereen met een geloof moet respecteren en niet moet doden omdat hij een ander geloof heeft.’
Bestaat dé Marokkaan?
‘Nee, dé Marokkaan bestaat niet. Máxima heeft dat nu overgenomen: dé Nederlander bestaat niet. Ik ben er heel trots op dat ik uit Marokko kom met alle cultuur die ik uit dat land heb meegekregen.’
Wat vind jij ervan dat in Amsterdam-Slotervaart een stel criminele Marokkanen de boel volledig op z’n kop zet?
‘Het is voor mij totaal onbegrijpelijk waarom de politie die 35 relschoppers niet meteen oppakt. Als ik 5 km te hard rijd word ik eerst geflitst, krijg ik vervolgens binnen twee weken een bekeuring thuis en als ik die niet betaal, komen ze je desnoods hálen! Alles wat met geweld en agressiviteit te maken heeft kan ik niet goedpraten! Het raakt je op de een of andere manier omdat een hele gemeenschap hierop wordt afgerekend. Het is altijd vervelend dat je dan in een soort hoek wordt gedrukt, waardoor je je moet gaan verdedigen.’
Zou jij je voorstellingen ook in Marokko kunnen spelen?
‘Qua inhoud zal dat moeilijk worden, want in Marokko bestaan nog veel taboes. In Marokko is seks bijvoorbeeld nog steeds een taboe. Ook over bepaalde personen, zoals ministers of de leden van het koningshuis, kun je daar beter geen beledigende grappen maken.’
Simpel
Zijn horloge illustreert de horlogetic die hij vroeger had. ‘Ik kocht vroeger goedkope imitatiehorloges van merken als Rolex en Cartiers. Maar aan dat nepgedoe kwam snel een eind en ik kocht van mijn zuurverdiende geld een horloge dat ik altíjd al had willen hebben, een TAG Heuer uit Zwitserland met weinig toeters en bellen of goud. Héél simpel, alleen het glaswerk is keihard. Mijn sleutelbos heb ik ook altijd standaard bij me, want dat is voor mij toch een symbool van thuiskomen, van ergens een plek hebben. Mijn sleutels zijn daar een bewijs van. Ik heb aan mijn sleutelbos een lang keycord gedaan, gekregen van mijn vriend Ali B. Ik raak hem nu ook niet meer kwijt.’
Frustraties
Heb jij als cabaretier altijd over alles een -mening?
‘Néé, alsjeblieft zeg! Ik zie iedereen in al die praatprogramma’s een mening hebben maar dan denk ik: prima, dat is jóúw mening. Ik heb wel een mening maar ik voel niet de behoefte die overal te gaan verkondigen. Ik wil wél graag iets vertellen. Onder elke grap zit een soort pijn. Brullen, lachen en gieren, prima, maar er is altijd een onderlaag. Als jij de mensen iets wilt vertellen, dan moet je je ook kwetsbaar durven opstellen. Wij waren vroeger thuis arm, het was gewoon niet leuk als je bepaalde dingen niet had of ergens niet naartoe kon. Ik werd daarmee op school gepest. Nu maak ik er een grap over. Als de mensen daar dan keihard om moeten lachen, is het net alsof mijn frustraties van vroeger zo 180° omgedraaid worden. Ik verwerk het op mijn manier. Ik entertain tegelijk mensen. Ik zie dat die mensen even hun sores opzij kunnen zetten door in die zaal even te ontspannen en vermaakt te worden. Mensen schrijven me weleens dat ze verdrietig zijn om iemand die dood is, maar dat ze even heel erg hebben moeten lachen toen ze een dvd van mij opzetten. Als ik zulke brieven krijg denk ik: het is toch mooi dat ik dat teweeg kan brengen bij mensen?’
Jij speelt voor een publiek dat ook echt voor jou komt?
‘Ja, nu wel. Ik weet niet waar ze vroeger op afkwamen. Veel mensen waren gewend om naar het cabaret te gaan en dachten wellicht: laten we eens kijken of een Marokkaan ook aan cabaret kan doen, hij gaat ook liedjes zingen. Ik heb op het podium natuurlijk een heel andere stijl. Ik zing geen liedjes aan de piano of tijdens een conference maar doe het op míjn manier. Veel mensen spreekt dat aan.’
Televisie
Vrijdag begint hij bij de VARA met de sketchshow Najib wordt wakker.
Ik dacht dat je al wakker genoeg was.
‘Ja, dat dacht ik ook, maar blijkbaar niet. We hebben acht afleveringen gemaakt, samen met Peter Heerschop, Viggo Waas en Han Römer. Het is echt om te lachen. Na maandenlang gehannes lukte het eindelijk de juiste mensen voor zo’n programma bijeen te brengen. Het was, merkte ik daarvoor, heel erg moeilijk om met andere cabaretiers te werken waarbij een van ons op de achtergrond zou verdwijnen. Ikzelf vind het helemaal niet zo erg als ik ergens een kleine rol zou hebben, maar ik merkte bij andere cabaretiers dat zij dat niet op prijs stelden. Hun ego was te groot. Peter en Viggo kunnen zich schikken in die rol en uiteindelijk had ik dan toch de mensen om mij heen die mij vertrouwden en met wie ik heel plezierig kon werken. We hebben enorme lol gehad. Wij maken losse sketches die wij met elkaar verbinden door elke keer een onderwerp te pakken als religie, sport of onderwijs. Volgens mij wordt het een heel leuk programma. Het is ook niet plat, want ik ben niet van dat heel platte. Qua grofheid valt het mee: ik ben niet iemand die vloekt of grof is of wat dan ook, dus wat dat betreft, had het zelfs bij de moslimomroep gekund. En zéker bij de KRO!’
De belofte: Ik wil leven
‘Ik wil leven tot mijn 100ste. Mijn opa is net in Marokko overleden en is 100 geworden. Hij was heel erg gelovig: God maakt me beter, of niet. Ik ben gezond en vaak besef je dat niet of sta je er niet bij stil totdat je geconfronteerd wordt met zieke mensen zoals mijn opa. Dán denk je: wat ben ik toch aan het zeuren als je ergens in de file staat. “Ik wil leven” wil niet zeggen dat ik bang ben voor de dood, maar het lijkt me wel zonde als ik morgen ineens ergens dood neer zou vallen. Ik wil nog zo veel doen, zo veel zien en zo veel genieten, ik wil ook nog met zo veel mensen praten. Ik wil sommige dingen anders doen, ik heb goede voornemens die ik een keer waar wil maken. Als je zoals ik gezegend bent met dit leven, dan vind ik dat je daar dingen voor terug moet geven of voor anderen iets moet doen. Ja, daar geloof ik héél erg in.’
‘Ik zit geloof ik bij de 7½. Ik heb nog nooit een 8 gehad op mijn rapport, een 7½ wel, ook een voldoende. Soms ben ik wel lui, behoorlijk. Ik weet dat ik méér uit dingen kan halen als ik nog harder mijn best zou doen of een keertje zou doorzetten. Dan had ik mezelf een 8 kunnen geven, of een 9. Voor mijn vriendin is het best moeilijk dat ik zo veel werk. Het is vervelend als je vier dagen alleen moet eten, dus zíj geeft mij misschien maar nét aan een voldoende, een 6-. Je hebt het niet makkelijk met een cabaretier.’












