De troost van Allerzielen
Uit de vlammen bevrijden
Vroeger mocht je op 2 november, de gedachtenis van Allerzielen, zieltjes redden uit het vagevuur. Als kind geloofde ik dat overledenen in het vuur pijn moesten lijden om er hun zonden uit te boeten, voordat ze naar de hemel mochten. Op Allerzielen konden we ze helpen door te bidden. Als je zeven onzevaders, zeven weesgegroetjes en zeven eeraandevaders had gebeden was er een ziel uit het Vagevuur verlost. Dat deed ik dus met groot enthousiasme. We maakten er zelfs een spel van: wie verlost de meeste zieltjes? Het leuke was dat je telkens na iedere ‘reddingsactie’ even de kerk uit moest gaan. En dan snel weer terug de kerk in om biddend een volgende arme zondaar uit de vlammen te bevrijden.
Portiuncula-aflaat
Het gebruik om de kerk in en uit te gaan heette ‘portiunkelen’. Een raar woord. Later heb ik begrepen dat dit genoemd is naar de kleine kapel van Sint Franciscus in Portiuncula bij Assisi, waar de gelovigen deze vorm van zieltjes redden voor het eerst praktiseerden. En intussen las de priester drie missen achter elkaar. Natuurlijk moest je nog wel aan een paar voorwaarden voldaan hebben wilde de actie succes hebben: eerst biechten en daarna de communie ontvangen. Biechten deden we toch iedere maand klassikaal, en dus ook voor Allerzielen. En te communie gingen we natuurlijk ook tijdens iedere Heilige Mis: keurig op de knietjes op de harde communiebank, handjes gevouwen, ogen dicht en de tong ver uitgestoken.

Samen naar het kerkhof
Na het Tweede Vaticaans Concilie verdwenen deze gebruiken en ook het simpele geloof in een vagevuur als louteringsplaats voor zondaars. Maar het herdenken van de doden op Allerzielen, de dag direct na Allerheiligen is zeker niet minder geworden. Een speciale dag, om stil te staan bij de dierbare overledenen, spreekt mensen aan. Samen naar het kerkhof, verse bloemen en kaarsjes op de graven zetten. Het biedt mensen troost.
Schalkhaar
Op veel plaatsen zien de kerkhoven er op deze dagen uit als een ware bloemenzee. In verschillende parochies gaat men ook in processie naar het kerkhof, waar de priester de graven zegent. Dat gebeurt bijvoorbeeld in het plaatsje Schalkhaar bij Deventer, waar we vorig jaar tv-opnamen maakten op Allerzielen. Het lommerrijke kerkhof ligt hier naast de kerk. Zo hoort het ook.
Uit het hart
Diaken Mark Brinkhuis vertelt dat de mensen al dagen bezig zijn geweest om de graven te verzorgen. “Je ziet aan de zorg dat het komt uit hun hart. Misschien is het ook wel een gebed. Het is een manier om biddend bij de mensen te zijn, die je mist.”
|
Allerzielen Uit de RKK-tv-serie Ziel & Zaligheid: de gedachtenis van Allerzielen in Schalkhaar, Overijssel. Parochianen trekken in processie naar het kerkhof om hun geliefden te gedenken. |
|||||||
|
00:02:33 |
|||||||
In de schemering, voor de viering in de kerk die om 17 uur begint, steken de mensen nog wat kaarsjes aan op de graven, harken nog wat grafperkjes bij, herschikken de bloemen en haasten zich dan naar de kerk. Die is tot de laatste plaats bezet. Tijdens de viering worden de namen van alle in het afgelopen jaar overleden parochianen genoemd. Er heerst een serene sfeer. In processie gaat het vervolgens naar het kerkhof. Ieder zoekt het graf op van zijn dierbare doden. Toortsen op de dodenakker zorgen voor extra sfeer. Het koor trekt zingend rond, afgewisseld door het bidden van onzevaders en weesgegroeten en de pastoor zegent de graven met wijwater. Een mooi en troostend ritueel.
Warme deken over overledenen
Zo voelen de mensen het ook die we op het kerkhof spreken; een jong echtpaar bij het graf van hun bij de geboorte gestorven zoontje. Ze komen elke week bij het grafje, maar deze dag is toch bijzonder: “Zo veel mensen, die ook een dierbare hebben verloren. Dat geeft een beetje troost.” Een zelfde gevoel verwoordt een vrouw die met haar broer en haar man en kinderen, bij de graven van haar ouders staan, die beiden het afgelopen jaar zijn overleden. “Eerst voel je je alleen met je verdriet en dan kom je er hier achter dat veel meer mensen met mij dat verdriet beleven.” Zij noemt de rituelen met Allerzielen op het kerkhof “een soort warme deken die je over de overledenen heen legt”.

Ongeaccepteerde clichés
We kunnen niet anders dan in clichés over de dood spreken: de dood hoort bij het leven; het hele leven is een voorbereiding op de dood. Maar we accepteren het eigenlijk niet. We willen een geliefd persoon niet definitief loslaten. Soms verzetten we ons er tegen in machteloze woede. Samen verdriet hebben en boos zijn, het delen van die gevoelens, dat geeft dan nog wat steun.
Mooie rituelen
Ik ben blij dat ons geloof zulke mooie rituelen kent. Die verzachten in ieder geval de pijn en misschien kun je er kracht uit putten. Voor wie gelooft is er de troost dat de geliefde voortleeft. Misschien nog niet in alle volheid bij God, zoals we dat tegenwoordig zeggen, maar wel op weg daar na toe. Ik begrijp daarom best dat veel mensen nog praten tegen hun overleden geliefden en het gevoel hebben dat ze ons ‘van boven” nog steun kunnen geven. Dat is een mooi gevoel.
In paradisum
Maar dat vagevuur, dat is theologisch definitief gedoofd, hoop ik. Laten we ons maar niet meer bang maken door die middeleeuwse beelden. Maar wel wil ik uit de Middeleeuwen nog wel graag de hemelse klanken horen van het In Paradisum. Dat ontroert en biedt troost. Een zalfje voor de ziel. Bij een begrafenis en op Allerzielen.












