Boekrecensie: 'Spiritueel misbruik' van Aleid Schilder
13 september 2009 - Klinisch psycholoog Aleid Schilder waarschuwt in haar boek Spiritueel misbruik terecht voor de financiële en psychologische gevaren van goeroes, paragnosten en sekten. Helaas houdt de auteur zelf veel te weinig afstand van haar studie-object: ze is zelf een ‘gelovige’.
door Frank G. Bosman
Gevaren
In scheve relaties met paranormaal begaafde leiders, al dan niet in een sekte, kunnen mensen ernstige schade oplopen. Aleid Schilder waarschuwt potentiële slachtoffers, en roept tegelijkertijd politici, wetenschappers en hulpverleners op de gevaren serieus te nemen.
Geen goed/fout-lijst
“Mensen mogen niet beschadigd worden door geloof of spiritualiteit,” is haar criterium om goede en slechte spiritualiteit en paranormaliteit uit elkaar te houden. Toch wil ze geen lijst van ‘goede’ of ‘slechte’ goeroes aanleggen: dat moet iedereen afzonderlijk en voor zichzelf bepalen.
Alert zijn
“Dit boek is een grote oproep om zoveel mogelijk je eigen wil te gebruiken, alert te zijn, je eigen gevoel te volgen, geen visie van een ander aan te nemen als je daar niet zelf ja tegen zegt. Dat is feitelijk waar het bij spiritueel misbruik om gaat; je legt je autonomie, het zelfstandig keuzes kunnen maken en daar verantwoordelijkheid voor nemen, in de handen van een ander of een manier om contact te krijgen met de geestelijke wereld.”
Veel anekdotes
Schilder lardeert haar observaties met paginalange anekdotes van slachtoffers en ‘naaststaanden’ (familie, vrienden en kennissen). Hoewel ze een intrigerend kijkje geven in de belevingswereld van sekten leden, zijn het er te veel en zijn ze veel te lang.
Geen scepticus
Wie een verstokte scepticus denkt aan te treffen - de titel suggereert dat een beetje - komt overigens bij Schilder bedrogen uit. Ze begint haar boek met een ‘geloofsbelijdenis’ waarin ze onder andere zegt: “Ik geloof in de aanwezigheid van aura’s en chakra’s, de energie van entiteiten, de gaven van goede goeroes, de hulp van helderzienden, de kracht van kundalini, de mogelijkheden van mediums en de realiteit van reïncarnatie.” Dit geloof draagt ze in haar hele boek uit: ze is een ‘new age-gelovige’, maar waarschuwt uitdrukkelijk tegen ‘valse’ profeten.
Vreemde spagaat
Schilder lijkt in een vreemde spagaat te belanden: enerzijds is zij een (wetenschappelijk geschoold) psycholoog die waarschuwt voor de gevaren van alternatieve spiritualiteiten, maar anderzijds staat ze goedgunstig tegenover de inhoud van veel goeroes en mediums. Schilder kan natuurlijk uitdrukkelijk de mogelijkheid open houden van de realiteit van chakra’s en aura’s – zoals een open minded wetenschapper misschien juist zou moeten doen - maar ze komt daardoor minder overtuigend over. Een andere mogelijkheid is mogelijk dat ze de (potentiële) slachtoffers en ‘naaststaanden’ niet wil afschrikken met een geharnast antispiritualisme. Maar begrippen als heldervoelendheid of alwetendheid worden ad hoc als bestaand opgevoerd, terwijl het stellen van kritische vragen bij dit soort ‘gaven’ toch niet ondenkbeeldig of onnodig lijkt.
Holistisch godsbegrip
Schilders definitie van ‘spiritualiteit’, toch een notoir moeilijk te omschrijven begrip, neigt sterk in de richting van new age: “Alles is ÉÉN, de zicht- en de onzichtbare wereld, en wij maken deel uit van die eenheid. Spiritualiteit is hetzelfde als: God is ÉÉN. Daarom hebben we alles in ons dat God ook heeft.” Dit holistische godsbegrip is sterk door de moderne new age-gedachte ingevuld. Er is geen ruimte voor duisternis, kwaad of zonde, dat zijn allemaal begrippen van mensen om het gebrek in hun eigen spirituele ontwikkeling te benoemen. Het grote gevaar van deze manier van redeneren is dat het leed dat mensen meemaken terugstuitert op henzelf: ziekte, zonde en verdriet vinden hun oorsprong in jouw eigen ziel die niet op een lijn met het universum staat. Zeker een psycholoog zou moeten weten welke gevaarlijke psychologische processen dan een rol gaan spelen.
‘De aanwezigheid’
Tekenend is een verhaal dat Schilder vertelt van een Cubaanse priesteres: “Zij had lang gevangen gezeten en hield het uit omdat ze ‘the Presence’ voelde. Tot haar haat zo groot werd dat de Aanwezigheid verdween, waarna het totaal donker werd. Op een dag hoorde zij de man die de martelopdrachten gaf en ze het meest haatte, blij aan iemand vertellen dat hij een hondje voor zijn dochter had gekocht. Waarop zij wist: als zoiets van mij in hem zit, zit er iets van hem ook in mij. Vanaf dat moment was ‘the Presence’ er weer.” Deze bijna onmenselijke goedheid is het kenmerk van vele heiligen, maar onbereikbaar voor mensen die zich toch al niet lekker in het vel voelen zitten. Gelukkig merkt de auteur dan ook weer nuchter op dat in new age-kringen “vaak te positief gedacht en gesproken wordt over pijn en lijden”.
Gnosis
Schilder gaat nog een stapje verder. Zo citeert zij het ‘gnostische’ Thomas-evangelie waarin Jezus een beroep doet op onze eigen wijsheid en ons aanraadt geen waarheid van anderen aan te nemen. Hij benadrukt in logion 21 dat iedereen zelf de kracht heeft om zichzelf te genezen. Maar er zijn ook ‘dieven in de nacht’ die zullen zeggen: ‘ons geloof heeft je gelezen’. Schilder maakt zich ‘schuldig’ aan een hele bepaalde manier van lezen, die zij met veel new age-aanhangers deelt. Met de holistische bril van ‘God is ÉÉN’ kijkt zij naar de oude, apocriefe geschriften van het christendom. Hier menen velen een alternatief soort christendom te vinden: subjectief, persoonlijk, vrouw- en lichaamsvriendelijk. Dat is echter schijn. Het Thomas-evangelie schetst, net zoals andere gnostische geschriften als het Evangelie van Judas, juist een zeer vergeestelijkt christendom waar alleen plaats is voor een vrouw als zij ‘man geworden’ is, en waar het lichaam met al zijn gevoelens en emoties bij voorkeur helemaal wordt uitgeschakeld. En dat laatste is nu juist iets dat Schilder herhaaldelijk zegt niet te willen.
Channeling met Paulus
New age-aanhangers pikken de krenten uit de oude gnostische pap om die vervolgens in een geheel ander licht radicaal anders te interpreteren. Schilder verliest haar laatste restje geloofwaardigheid als ze spreekt over ‘channeling met de energie Paulus’. Hoewel de auteur nuttige opmerkingen maakt over het gevaar van goeroes en dergelijke zit ze zelf veel te dicht erop om geloofwaardig over te komen. Een gemiste kans.
Aleid Schilder, Spiritueel misbruik. De gevaren van goeroes, paragnosten en sekten, Ten Have (2009), ISNB 978 90 259 6003 2.
Aleid Schilder (1949) is klinisch psycholoog. Eerder schreef zij Hulpeloos maar schuldig (1987) over het verband tussen orthodox-gereformeerde opvoeding en depressie. Verder schrijft zij columns en boeken.
Frank G. Bosman is theoloog en verbonden aan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg. Zie zijn weblog: www.goedgezelschap.eu.











