Uitleg van de basisprocedures van de Congregatie voor de Geloofsleer in geval van beschuldigingen van seksueel misbruik
Het recht dat van toepassing is, is het Motu Proprio Sacramentorum sanctitatis tutela van 30 april 2001 samen met het Wetboek van Canoniek Recht uit 1983. Dit is een inleidende uitleg die nuttig kan zijn voor leken en mensen die niet vertrouwd zijn met het canonieke recht.
A. Voorafgaande procedures
Het plaatselijke bisdom onderzoekt elke beschuldiging van seksueel misbruik van een minderjarige door een geestelijke.
Als de beschuldiging een schijn van waarheid lijkt te bevatten, wordt de zaak overgedragen aan de Congregatie voor de Geloofsleer. De plaatselijke bisschop zendt alle nodige informatie naar de Congregatie en geeft zijn mening over de te volgen procedures en de te nemen maatregelen op de korte en lange termijn.
Het nationale recht betreffende de melding van misdrijven aan de bevoegde autoriteiten dient altijd te worden nageleefd.
Tijdens de voorbereidende fase en totdat de zaak is afgesloten, kan de bisschop voorzorgsmaatregelen treffen ter bescherming van de gemeenschap, met inbegrip van de slachtoffers. Sterker nog, de plaatselijke bisschop heeft te allen tijde de bevoegdheid om ter bescherming van kinderen de activiteiten van iedere priester in zijn bisdom te beperken. Dit maakt deel uit van zijn bisschoppelijk gezag en hij wordt aangemoedigd dit in die mate uit te oefenen welke noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat kinderen geen kwaad kan worden aangedaan. Deze discretionaire bevoegdheid kan de bisschop vóór, tijdens en na iedere canonieke procedure uitoefenen.
B. Door de Congregatie voor de Geloofsleer goedgekeurde procedures
De Congregatie onderzoekt het geval dat door de plaatselijke bisschop wordt voorgelegd en vraagt waar nodig ook om aanvullende informatie.
De Congregatie voor de Geloofsleer heeft een aantal opties:
B.1 Strafprocessen
De Congregatie kan de plaatselijke bisschop toestemming geven een gerechtelijk strafproces te voeren voor een plaatselijke kerkelijke rechtbank. In geval van hoger beroep komt de zaak in dergelijke gevallen uiteindelijk voor een rechtbank van de Congregatie voor de Geloofsleer.
De Congregatie kan de plaatselijke bisschop toestemming geven om een administratief strafproces te voeren voor een afgevaardigde van de plaatselijke bisschop, bijgestaan door twee assessoren. De verdachte priester wordt opgeroepen om te reageren op de beschuldigingen en het bewijsmateriaal. De verdachte heeft het recht om in beroep te gaan bij de Congregatie voor de Geloofsleer tegen een beslissing waarbij hij wordt veroordeeld tot een canonieke straf. De beslissing van de kardinalen van de Congregatie is definitief.
Indien de geestelijke schuldig wordt bevonden, kunnen hem zowel in het gerechtelijke als het administratieve strafproces een aantal canonieke sancties worden opgelegd, waarvan de meest ernstige wegzending uit de klerikale staat is. De kwestie van schadevergoeding kan ook meteen tijdens deze procedures worden behandeld.
B.2 Gevallen die rechtstreeks aan de Heilige Vader worden voorgelegd
In zeer ernstige gevallen, wanneer een geestelijke in een strafproces voor de nationale rechter schuldig is bevonden aan seksueel misbruik van minderjarigen, of wanneer het bewijs daarvoor overduidelijk is, kan de Congregatie voor de Geloofsleer ervoor kiezen de zaak rechtstreeks voor te leggen aan de Heilige Vader met het verzoek dat deze ambtshalve een decreet uitvaardigt met daarin de wegzending van de priester uit de klerikale staat. Er staat geen canoniek rechtsmiddel open tegen een dergelijk pauselijk decreet.
De Congregatie legt de Heilige Vader ook de verzoeken voor van beschuldigde priesters die – zich bewust van hun misdaden – vragen te worden vrijgesteld van de verplichting van het priesterschap en willen terugkeren naar de lekenstand. De paus gaat op die verzoeken in voor het welzijn van de Kerk (pro bono Ecclesiae).
B.3 Disciplinaire maatregelen
Indien de verdachte priester zijn misdrijf heeft toegegeven en erin heeft ingestemd om een leven te leiden van gebed en boetedoening, machtigt de Congregatie de plaatselijke bisschop om een decreet uit te vaardigen waarin deze de openbare ambtsuitoefening van die priester verbiedt of beperkt. Dergelijke besluiten bevatten een strafrechtelijk voorschrift dat, wanneer de voorwaarden van het decreet worden geschonden, een canonieke straf wordt opgelegd – wegzending uit de klerikale staat niet uitgezonderd. Administratief beroep tegen dergelijke decreten is mogelijk bij de Congregatie voor de Geloofsleer. De beslissing van de Congregatie is definitief.
C. Herziening van het Motu Proprio
De Congregatie is sinds enige tijd bezig met een herziening van een aantal artikelen van het Motu Proprio Sacramentorum sanctitatis tutela, met de bedoeling het genoemde Motu Proprio uit 2001 te actualiseren in het licht van de door paus Johannes Paulus II en Benedictus XVI aan de Congregatie voor de Geloofsleer toegekende speciale bevoegdheden. De voorgestelde wijzigingen zullen de bovengenoemde procedures (A, B1-B3) niet wijzigen.
Vertaling: Secretariaat RK Kerk
A. Voorafgaande procedures
Het plaatselijke bisdom onderzoekt elke beschuldiging van seksueel misbruik van een minderjarige door een geestelijke.
Als de beschuldiging een schijn van waarheid lijkt te bevatten, wordt de zaak overgedragen aan de Congregatie voor de Geloofsleer. De plaatselijke bisschop zendt alle nodige informatie naar de Congregatie en geeft zijn mening over de te volgen procedures en de te nemen maatregelen op de korte en lange termijn.
Het nationale recht betreffende de melding van misdrijven aan de bevoegde autoriteiten dient altijd te worden nageleefd.
Tijdens de voorbereidende fase en totdat de zaak is afgesloten, kan de bisschop voorzorgsmaatregelen treffen ter bescherming van de gemeenschap, met inbegrip van de slachtoffers. Sterker nog, de plaatselijke bisschop heeft te allen tijde de bevoegdheid om ter bescherming van kinderen de activiteiten van iedere priester in zijn bisdom te beperken. Dit maakt deel uit van zijn bisschoppelijk gezag en hij wordt aangemoedigd dit in die mate uit te oefenen welke noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat kinderen geen kwaad kan worden aangedaan. Deze discretionaire bevoegdheid kan de bisschop vóór, tijdens en na iedere canonieke procedure uitoefenen.
B. Door de Congregatie voor de Geloofsleer goedgekeurde procedures
De Congregatie onderzoekt het geval dat door de plaatselijke bisschop wordt voorgelegd en vraagt waar nodig ook om aanvullende informatie.
De Congregatie voor de Geloofsleer heeft een aantal opties:
B.1 Strafprocessen
De Congregatie kan de plaatselijke bisschop toestemming geven een gerechtelijk strafproces te voeren voor een plaatselijke kerkelijke rechtbank. In geval van hoger beroep komt de zaak in dergelijke gevallen uiteindelijk voor een rechtbank van de Congregatie voor de Geloofsleer.
De Congregatie kan de plaatselijke bisschop toestemming geven om een administratief strafproces te voeren voor een afgevaardigde van de plaatselijke bisschop, bijgestaan door twee assessoren. De verdachte priester wordt opgeroepen om te reageren op de beschuldigingen en het bewijsmateriaal. De verdachte heeft het recht om in beroep te gaan bij de Congregatie voor de Geloofsleer tegen een beslissing waarbij hij wordt veroordeeld tot een canonieke straf. De beslissing van de kardinalen van de Congregatie is definitief.
Indien de geestelijke schuldig wordt bevonden, kunnen hem zowel in het gerechtelijke als het administratieve strafproces een aantal canonieke sancties worden opgelegd, waarvan de meest ernstige wegzending uit de klerikale staat is. De kwestie van schadevergoeding kan ook meteen tijdens deze procedures worden behandeld.
B.2 Gevallen die rechtstreeks aan de Heilige Vader worden voorgelegd
In zeer ernstige gevallen, wanneer een geestelijke in een strafproces voor de nationale rechter schuldig is bevonden aan seksueel misbruik van minderjarigen, of wanneer het bewijs daarvoor overduidelijk is, kan de Congregatie voor de Geloofsleer ervoor kiezen de zaak rechtstreeks voor te leggen aan de Heilige Vader met het verzoek dat deze ambtshalve een decreet uitvaardigt met daarin de wegzending van de priester uit de klerikale staat. Er staat geen canoniek rechtsmiddel open tegen een dergelijk pauselijk decreet.
De Congregatie legt de Heilige Vader ook de verzoeken voor van beschuldigde priesters die – zich bewust van hun misdaden – vragen te worden vrijgesteld van de verplichting van het priesterschap en willen terugkeren naar de lekenstand. De paus gaat op die verzoeken in voor het welzijn van de Kerk (pro bono Ecclesiae).
B.3 Disciplinaire maatregelen
Indien de verdachte priester zijn misdrijf heeft toegegeven en erin heeft ingestemd om een leven te leiden van gebed en boetedoening, machtigt de Congregatie de plaatselijke bisschop om een decreet uit te vaardigen waarin deze de openbare ambtsuitoefening van die priester verbiedt of beperkt. Dergelijke besluiten bevatten een strafrechtelijk voorschrift dat, wanneer de voorwaarden van het decreet worden geschonden, een canonieke straf wordt opgelegd – wegzending uit de klerikale staat niet uitgezonderd. Administratief beroep tegen dergelijke decreten is mogelijk bij de Congregatie voor de Geloofsleer. De beslissing van de Congregatie is definitief.
C. Herziening van het Motu Proprio
De Congregatie is sinds enige tijd bezig met een herziening van een aantal artikelen van het Motu Proprio Sacramentorum sanctitatis tutela, met de bedoeling het genoemde Motu Proprio uit 2001 te actualiseren in het licht van de door paus Johannes Paulus II en Benedictus XVI aan de Congregatie voor de Geloofsleer toegekende speciale bevoegdheden. De voorgestelde wijzigingen zullen de bovengenoemde procedures (A, B1-B3) niet wijzigen.
Vertaling: Secretariaat RK Kerk









