Brief bisschoppen om heiligverklaring Titus Brandsma te bespoedigen
Rkkerk.nl, 20 april 2007 - De Nederlandse Bisschoppenconferentie heeft begin april een brief gestuurd aan José kardinaal Saraiva Martins, Prefect van de Congregatie voor de Zalig- en Heiligverklaringen. Daarin richt kardinaal Simonis zich “in vertrouwen tot U om een zaak te bepleiten die de bisschoppen en de gehele geloofsgemeenschap van ons land bijzonder ter harte gaat”: de heiligverklaring van de zalige pater karmeliet Titus Brandsma. Simonis verzoekt “met aandringen en met ernst het proces verder te brengen dat er toe kan leiden dat onze geliefde landgenoot wordt opgenomen in het boek van de heiligen.”
Het heiligverklaringsproces zelf wordt gevoerd door de orde van de karmelieten, waartoe Titus Brandsma behoorde. Met de brief willen de bisschoppen dat proces nogmaals ondersteunen.
‘Weg van navolging’
Kardinaal Simonis memoreert in de brief de dag waarop Brandsma op het Sint Pietersplein door paus Johannes Paulus II zalig werd verklaard, 3 november 1985. “Het was een dag van grote vreugde en dankbaarheid toen het geloofsgetuigenis van onze landgenoot in het hart van de Kerk in aanwezigheid van zeer veel Nederlanders, katholiek en protestant, door de Heilige Vader werd bevestigd.”
Sinds die heuglijke dag “vragen vele Nederlanders en ook gelovigen buiten de grenzen van ons land, ons wanneer Titus Brandsma zal worden heilig verklaard. Deze vraag leeft ook in ons hart.”
De brief gaat uitgebreid in op het levensgetuigenis van de zalige Titus, die in de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s werd omgebracht in het concentratiekamp van Dachau omdat hij opkwam voor de (katholieke) persvrijheid. “Dit levensgetuigenis staat ons, bisschoppen en gelovigen, als een teken van de weg van navolging van onze Heer voor ogen”, zo stelt de brief.
Geestelijk adviseur
Titus Brandsma was een veelzijdig man: hij was karmeliet, priester, wetenschapper/hoogleraar, journalist, Fries voortrekker en katholiek organisator. Ook stichtte hij onder meer het Instituut voor de geschiedenis der Nederlandse Mystiek, waarbij hij streefde naar een ‘democratisering van de mystiek’: een breed toegankelijk maken van de spirituele ‘methode’ van mystici.
In 1935 benoemde de aartsbisschop van Utrecht hem tot geestelijk adviseur van de katholieke journalistenvereniging, een taak die Brandsma zeer serieus opvatte. Zo zette hij zich in voor de verbetering van hun arbeidsvoorwaarden en de opleiding. In de Tweede Wereldoorlog kwam daar een dimensie bij, toen de kranten gedwongen werden om advertenties van de NSB te plaatsen. In overleg met aartsbisschop De Jong bezocht Brandsma begin 1942 alle katholieke dagbladen. Daar gaf hij een brief af, die uiteenzette waarom niet tot plaatsing van de advertenties overgaan mocht worden. Op advies van Brandsma werd dit later ook uitgebreid tot redactionele artikelen die de NSB in de kaart konden spelen. Dit krachtdadige optreden moest hij uiteindelijk met de dood bekopen.
‘Vredesboodschap’
De bisschoppen noemen Brandsma in hun brief een “een fervent voorstander van de vredesbeweging van 1931.” Zij voegen daaraan toe: “In een preek in de Bergkerk te Deventer nam hij krachtig stelling tegen de waanzin en de misdaad van de wapenen en hij riep uit: ‘Ik zou de vredesboodschap van Christus willen herhalen, doen weerklinken over heel de wereld, ongeacht wie er naar mij luistert. Ik zou ze willen herhalen, zodat zij luisteren moeten wie eerst het hoofd afwenden, totdat allen haar hebben vernomen en begrepen. Juist het feit dat alom aan de vrede wordt gewanhoopt, dwingt mij luider de vredesboodschap af te kondigen’.”
Ze vervolgen: “Titus zocht naar de diepere oorzaken die geweld en oorlog ten gevolge hebben en hij vond deze in het onbeperkt streven naar eigen voordeel en naar eigen macht. Aan deze oorzaken moet iets gedaan worden, op elk niveau van de samenleving, in alle relaties tussen mensen, groepen en landen: ‘De eigenliefde en de hebzucht zijn de grote kwalen van deze tijd en de diepe oorzaken van de oorlog. Daartegen moeten wij stelling nemen. Dan alleen kunnen we vruchtbaar vredeswerk verrichten’.”
‘Tegenbeweging’
De brief van de Nederlandse bisschoppen benadrukt dat “deze ‘tegenbeweging’ van de zalige Titus ook in onze tijd actueel is. In de West-Europese samenleving is het zaak zich te verzetten tegen eigenliefde, tegen het sterke individualisme dat onze samenleving bedreigt, tegen een te ver doorschietende secularisering en tegen de hebzucht die ons van Christus en van elkaar scheidt. Wij, de Nederlandse bisschoppen, voelen ons in onze roeping om de christenen van ons land voor te gaan op de weg van Christus, bijzonder aangesproken door de zalige Titus. Naar zijn voorbeeld willen wij de weg van het Evangelie in het midden van onze maatschappij plaatsen als een weg, die ons kan vrijmaken en kan brengen tot de volle maat van de Christus, tot de gemeenschap met God en met elkaar.”
Levende gedachtenis
De gedachtenis aan Brandsma wordt in Nederland op vele manieren levend gehouden. Zijn naam is verbonden aan vele r.-k. instellingen en er zijn diverse Titus Brandsma parochies. In tal van andere parochies heeft hij een bijzondere plaats in kapellen en gebedshoeken: zo ging eind 2005 in de Dordrechtse Verrezen Christuskerk nog een Titus Brandsmakapel open.
Het Titus Brandsma Instituut in Nijmegen houdt hem levend als wetenschapper en professor in de mystiek. In het Titus Brandsma Memorial in de Gedachteniskerk in Nijmegen zijn vieringen en bedevaarten, en wordt de gedachtenis van de zalige Brandsma in bezinningsactiviteiten en kunstuitingen tot uitdrukking gebracht.
In mei 2003 ging in Bolsward het Titus Brandsma Museum open, en tot slot is er de Titus Brandsma Award voor moedige journalistiek, in 1992 mede door de Nederlandse bisschoppen ingesteld.









