Kerncijfers 2006: Daling kerkelijke participatie onverminderd
Rkkerk.nl, 21 december 2007 - De nieuwe ‘Pius Almanak 2008’ bevat de actuele gegevens van de R.-K. Kerk wat betreft het ledenaantal, participatie (kerkgang, sacramenten en vrijwilligers) en personele formatie. Dit artikel blikt vooruit met de voornaamste ontwikkelingen in de afgelopen jaren. Uit de cijfers blijkt dat de kerkelijke participatie blijft dalen: steeds minder katholieken zijn nog intensief betrokken bij hun kerk. Wel scoort de eerste communie onverminderd hoog (87 procent van de gedoopten) en het aantal studenten aan priester- en diakenopleidingen is de laatste jaren licht gestegen.
door dr. Ton Bernts en drs. Joris Kregting (KASKI)
Volgens de registratie van het R.-K. Bureau voor Ledenadministratie telde Nederland eind 2006 nog ruim 4,3 miljoen katholieken, verdeeld over 1.425 parochies. Katholieken vormen daarmee 27 procent van de totale bevolking. Dat maakt de Rooms-Katholieke Kerk met voorsprong het grootste kerkgenootschap van Nederland, gevolgd door de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), die een ledental van bijna 2 miljoen heeft.
Kerkgang
In 2006 bezochten gemiddeld 322.000 katholieken per weekend een kerkelijke viering of dienst, ruim 7,5 procent van alle katholieken: 60 procent bezoekt een viering of dienst op zondag, 40 procent op zaterdag. Het aantal kerkgangers betreft hier het feitelijk aantal kerkbezoeken, en niet het aantal ‘kerkse’ katholieken. Vroeger waren deze aantallen nagenoeg identiek, maar met het fenomeen van een kerkgang van één keer per twee weken of maand, is het aantal regelmatige kerkgangers (minimaal één keer per maand) circa 55 procent hoger dan het aantal kerkbezoeken. Dit betekent dat het aantal regelmatige kerkgangers naar schatting 500.000 bedraagt (11 procent van alle katholieken).
Het aantal kerkgangers in het weekend daalt sinds het begin van deze eeuw met 5 à 6 procent oftewel met ongeveer 20.000 personen per jaar. Omdat ook het aantal vieringen en diensten in deze periode daalt, blijft het aantal kerkgangers per viering of dienst redelijk stabiel tussen de 110 en 120. Momenteel worden er in een weekend bijna 2.900 kerkelijke vieringen en diensten gehouden. Evenals bij het kerkbezoek is dat voor bijna 60 procent op de zondag en voor 40 procent op de zaterdag. In drie van de vier gevallen betreft het een eucharistieviering.
30.000 kinderen gedoopt
In 2006 werden er bijna 30.000 kinderen in de R.-K. Kerk gedoopt, wat neerkomt op 16 procent van alle kinderen die er werden geboren. Het aantal doopsels daalde in de afgelopen jaren met ruim 5 procent per jaar. Stabiel daarentegen bleef het aantal doopsels van kinderen/jongeren tussen de 7 en 18 jaar (ruim 1.100) en van volwassenen (ruim 500).
Zowel het aantal eerste communies als vormsels daalde de afgelopen jaren met 2 à 3 procent per jaar. In 2006 ontvingen ruim 37.500 kinderen de eerste communie en ruim 26.000 het vormsel. Kijken we naar het percentage van het doopcohort, dan zien we dat dit wat de eerste communie betreft al jaren vrij stabiel is: circa 87 procent van de kinderen die worden gedoopt, doen hun eerste communie.
Bij de vormsels kunnen we een andere trend constateren. Al jaren daalt het percentage kinderen dat, eenmaal gedoopt, ook het vormsel ontvangt. Begin deze eeuw was dit nog 60 procent, inmiddels is het percentage gedaald tot 54 procent. Wel is het percentage vormsels de laatste drie jaar nagenoeg stabiel gebleven.
Huwelijken en uitvaarten
Het aantal huwelijken (bijna 6.500) dat in de Rooms-Katholieke Kerk wordt gesloten, is sinds het begin van deze eeuw met gemiddeld 8 procent per jaar gedaald. Deze daling is de afgelopen twee jaar beduidend minder (2,5 procent) dan in de voorgaande jaren, toen het aantal kerkelijke huwelijken jaarlijks met ongeveer 11 procent daalde. Eenvijfde van de gesloten huwelijken was ‘gemengd’, oftewel een huwelijk tussen een katholieke en een niet-katholieke partner. Het totaal aantal burgerlijke huwelijken bedroeg in het jaar 2006 ruim 71.000, een aantal dat in de afgelopen jaren redelijk stabiel is gebleven. Het percentage katholieke huwelijken is daarmee gedaald naar ongeveer 9 procent in 2006.
Het aantal Nederlanders dat jaarlijks komt te overlijden, is in de afgelopen jaren gedaald. Dit geldt ook voor het aantal katholieke uitvaarten, dat sinds het begin van deze eeuw jaarlijks is afgenomen met circa 3 procent. Van de 135.000 Nederlanders die in 2006 overleden, kreeg een kwart een katholieke uitvaart. In 37 procent van deze 33.500 katholieke uitvaarten was er sprake van een crematie.
Vrijwilligers
Het aantal vrijwilligers in de Nederlandse parochies is de afgelopen jaren afgenomen met ongeveer 4 procent per jaar. In 2006 waren 254.000 katholieken als vrijwilliger actief in de parochies, 6 procent van alle katholieken. Per parochie betekent dit gemiddeld 178 vrijwilligers.
Van deze vrijwilligers is 25 procent uitsluitend koorlid, terwijl 14 procent het koor combineert met andere functies en taken in de parochie. In totaal zijn er ongeveer 100.000 koorleden in de r.-k. parochies.
Pastorale beroepskrachten
In de parochies werkten eind 2006 1.170 pastorale beroepskrachten. Hierbij zijn de emeriti-priesters en emeriti-diakens niet meegeteld, hoewel een deel van hen zich nog actief inzet in de parochies. Het aantal pastoraal werkenden in de parochies is de afgelopen jaren met 2 à 3 procent per jaar gedaald. Dit komt vooral door de daling van het aantal priesters, van 911 in 2001 tot 741 in 2006. Het aantal (bezoldigde) diakens ligt sinds 2004 rond de 75. In 2006 werkten er 355 pastoraal werk(st)ers in de parochies.
De inkrimping van de personele formatie in de Nederlandse parochies gaat gelijk op met de daling van het aantal katholieken. Daardoor is er al jaren één pastoraal werkende op ongeveer 3.700 parochianen.
Studentenaantallen
In het studiejaar 2006/2007 waren er 1.243 studenten theologie of religiewetenschappen. In totaal 164 studenten volgden een priester- of diakenopleiding, 737 een universitaire opleiding en 342 een hbo-opleiding. In vergelijking met twee jaar geleden is het aantal studenten met 7 procent gedaald, hetgeen nagenoeg geheel op conto komt van een daling bij de HBO’s. Het aantal studenten aan priester- en diakenopleidingen en aan wetenschappelijke opleidingen laat in deze periode een lichte stijging zien.
Kijken we naar het aantal eerstejaars, dan is er niet alleen bij de HBO’s maar ook bij de universiteiten een daling te constateren in vergelijking met twee jaar geleden. Het aantal eerstejaars in het hbo is gedaald van 155 naar 56 en op de universiteit van 117 naar 102. Aan de priester- en diakenopleidingen is het aantal eerstejaars niet gedaald, dit zijn er in het studiejaar 2006/2007 42.
Zie ook de bijbehorende tabel.









